Carnaval vroeger…

Link naar dit artikel Op zondag 26 februari 2006 geschreven door Jo Pinxt als gastschrijver van jeugdsentimenten.

Carnaval was in mijn Limburgse jeugd drie dagen straattheater. De verkleedspullen gemaakt door mijn moeder werden dan weer van de zolder gehaald. Niet dat de keuze qua figuranten groot was.

Cowboy, indiaan, heks, prins of prinses of oud mannetje waren de grenzen. Combinaties waren echter mogelijk. De grimeerspullen waren zeer praktisch. Een indiaan kreeg donker bruine schoenpoets op zijn gezicht en de cowboy licht bruin. Snor, baard, wenkbrauwen en bakkenbaarden werden aangebracht door middel van een zwartgeblakerde wijnkurk.

Ging het te snel dan gloeide die kurk van boven de kaars op je hoofd nog even pijnlijk na. Het indianentooi werd vervaardigd van de veren van witte slachtkippen. Het tooi werd gekleurd door de veren eerst een nacht in een kleurstof te leggen. Dit was rood bietensap, groen spinazie vocht en geel van de bloemen van OLV-bedstro. Kortom van vier kleuren was je verzekerd.
De prins en prinses kregen hun blosjes doormiddel van een rode lippenstift. Ik kan jullie verzekeren alles was waterproof want het duurde wel een week voordat wij ons karnavalsgezicht weer op orde hadden. Drie dagen speelden wij het spel tussen goed en kwaad. De cowboy won steeds van de indiaan.
Toch ben ik indiaan gebleven en rook nog steeds mijn vredespijp. De Prins en Prinses zijn inmiddels koning en koningin in hun eigen huis, en oud mannetje dat ben ik door de jaren heen vanzelf geworden. Echter alle figuranten dromen nog regelmatig terug naar het rollenspel van toen.

Advertenties