De Poepdoos

Op donderdag 10 november 2005 geschreven door Jo Pinxt als gastschrijver van jeugdsentimentenOnze poepdoos was vervaardigd van vurenhouten afvalplanken vanuit de staatsmijn Maurits. De deur vervaardigd van hetzelfde hout, waarvan het schuifslot eindigde in de bakstenen muur, gaf privacy voorzover de kieren tussen de planken dat toelieten.

In het midden van de doos zat een uitgezaagd gat,dat je na de vrije val met een houten deksel met handvat kon afsluiten zodat de geuren van de voorafgaande familieleden jouw neus niet meer konden bereiken. Dat waren er twaalf, en dan tel ik al die vrijers die erbij kwamen niet mee. Keek je in het gat,en dat deed ik met regelmaat,dan zag je een donkerbruine massa,verweven met krantensnippers en een levendig organisme van witte wormen.

Onze poepdoos lag achter ons huis in een stal . Licht was er niet, met een kaars ging je op verkenning, maar door de wind meestal op de tast. Je verbleef er ook niet langer dan noodzakelijk was.
Links van de doos zat een fikse scherpe spijker in een wit gekalkte muur. Hierop geprikt de wekelijks gescheurde kranten van het Limburgs Dagblad in rechte vierkantjes om je billen mee af te vegen.
Gedierte was er volop in de buurt van de doos, oorwormen, pissebedden, spinnen, muizen en de boerenzwaluwen die af en aan vlogen. Rechts van de doos was een zinkput, afgedekt met het zelfde mijnhout.

Eens in de zes weken ging vader “tonnen“. De planken werden er dan afgehaald en met een zinken emmer aan een lange steel schepte hij het “bruine goud” over in twee zinken emmers, elk van tien liter. Vervolgens liep hij naar de tuin om de inhoud onder de rabarber of in de vers omgespitte voren te ledigen. Die dag was het slecht vertoeven in de tuin. Maar uiteindelijk kwam alles goed terecht en aten wij op zondag heerlijke rabarbervlaai, gebakken door ons Moeke.

Advertenties