Kloosterleed

Op dinsdag 6 december 2005 geschreven door Jo Pinxt als gastschrijver van jeugdsentimenten

Gelijke monniken, gelijke kappen is een gezegde.

De werkelijkheid heb ik als jonge monnik (1964-1969) anders ervaren. Er bestond een strakke hiërarchie en er werd gediscrimineerd. Je had in de Karmelieten orde Paters en Broeders. Ik behoorde tot deze laatste groep hetgeen gelijk stond met voetveeg zijn. In alles werd mij dit pijnlijk duidelijk gemaakt. In de koorbanken en de refter zat ik als laatste en ook in het toekennen van de kloostercel sloot je de rij.

Mijn werkzaamheden waren divers, van afwasser,schoonmaker tot kerkovenstoker. Studeren mocht niet. Immers kennis leidt tot inzicht en dat was bedreigend voor de bestaande kloostercultuur. Recreëren vond plaats in twee gescheiden ruimtes, zodat de conversatie op niveau gevoerd kon worden. Tijdens mijn zesweeks gesprek met mijn novicemeester probeerde ik herhaalde malen deze ongelijkheid aan de orde te stellen. Zodra het onderwerp echter te pijnlijk werd, werd mij uit naam van de gelofte van gehoorzaamheid het zwijgen opgelegd. Letterlijk vreet ik twee jaar mijn gedachten en emoties op.

Uiteindelijk uit zich dit op 20 jaar door een zware maagoperatie. Als ik naar het ziekenhuis vertrek deelt de novicemeester mij mee: “Broeder Joachim als je langer dan veertien dag buiten het klooster door brengt zijn deze twee noviciaatsjaren ongeldig en behoor je ze over te doen”. Binnen veertien dagen was ik terug maar had ook het besluit genomen vanaf nu een lastige broeder te worden.

Drie jaar verbleef ik nog in het klooster. Ik ging studeren, heb de val van de muur meegemaakt tussen de twee recreatieruimtes en de grote exodus. Uiteindelijk koos ik voor een leven in vrijheid en leef ik inmiddels 39 jaar zonder maagzweer.

Advertenties