lijkkoets.jpg lijkkoets

Mijn eerste dood ervaring ( 6 ) is die  van  buuroma Hamers. 

Zij ligt niet boven maar in de voorkamer op een bruin eikenhouten bed.

Bij ons thuis wordt ook wel eens een bed naar beneden gehaald maar dat is voor een bevalling.

Echter in beide gevallen is er iets bijzonders aan de hand. 

In tegenstelling tot haar dagelijkse zwarte klederdracht met blauw geruite schort ligt oma in bed als bruid. Haar haren strak gekampt en haar lichaam gehuld in witte zijde. Deels ligt zij onder een wit gehaakte sprei.

Tussen haar vingers is een rozenkrans gevlochten.

Bidden kan zij niet meer. Dit zie ik, omdat de kralen niet bewegen. 

De gordijnen zijn dicht. Dit doet men voor de buurt, ten teken van rouw. 

Aan weerszijden van het bed brandt een kaars op de houten nachtkastjes met marmer bovenblad.

Het heeft iets geheimzinnigs, want bij ons thuis staat nooit een kaars bij iemand die slaapt.

Oma kun je hierdoor ook beter zien. oma-hamers-spaans.jpg opa en oma

Op het linker kastje staat een bakje wijwater met palmtakjes.

Op het ander een schaaltje gevuld met Keuls water 4711.

Met het takje mag ik oma besprenkelen.

Waarvoor dit is weet ik niet, maar het is bijzonder.

Het Keuls water is om de lijklucht te verdrijven. keulswater.jpg

Dit laatste weet ik van mijn moeder. Als zij hevig zweet besprenkeld zij zich ook rijkelijk met 4711.

Natuurlijk gaat de dood van oma als een lopend vuurtje door ons gehucht. Drie dagen komen alle buurtkinderen oma met bezoek besprenkelen.

De avond voor de begrafenis loopt het hele gehucht in processie al rozenkrans biddend met de familieleden naar de kerk in Neerbeek voor de avondwake.

Op de dag van de begrafenis staat om tien uur de zwarte koets getrokken door twee paarden bekleed met zwarte doeken voor het huis.

De vrouwelijke familieleden zijn gekleed in zwart mantelpak en nylons.

De mannen in donker pak met een zwart nogablok van vilt op de mouw geborduurd. Deze combinatie van kleding wordt een jaar gedragen ten teken van rouw.

Bovendien weet de hele buurt zo dat oma Hamers dood is en je gewoon kunt vragen of zij er al een beetje overheen zijn.  

Vanaf het moment dat ik misdienaar word, gaat de dood een regelmatig terug kerend ritueel in mijn leven worden.

Achter de voordeuren leer ik de dorpen Neerbeek, Spaansneerbeek en Het Kempke kennen.

Bij rijk en arm kom ik de zelfde gevoelens tegen.

Hoop, vertwijfeling, verdriet en machteloosheid. 

Gezeten op mijn knieën met lantaarnkaars en belletje neem ik de woon omgeving in mij op en zie het verschil tussen rijk en arm.

Ondertussen doet de priester zijn Goddelijk werk.  

In onze parochie wonen heerboeren, mijnambtenaren, winkeliers, keuterboeren, mijnwerkers en armen.

Ons gezin zweeft tussen mijnwerker en arm. 

Ik herinner mij nog uit overlevering van moeder dat zij broodbonnen kreeg van uit de kerk om gratis brood te halen bij de bakker.

Nooit heeft zij dit als trotse kok gedaan.          

Het kerkhof in Neerbeek is na de vele huisbezoeken veelal de laatste gang. 

Regelmatig sta ik met de kruisstok aan de kopse kant van het gedolven graf en kijk neer op de kist en planken. Door de kieren zie ik de diepte van het gat met aan beide zijden de uithangende touwen.

Pastoor staat met bonnet en bidboek aan de overkant, gehuld in zwarte mantel.

Naast hem twee misdienaars een met wijwater en kwast en de ander met wierookvat.

Aan de zijkanten de wenende of verscheurde familie leden. 

Pijnlijk is, als de buurmannen de touwen strak trekken.Vervolgens de planken verwijderen en de kist in ongelijk tempo in de Limburgse klei laten zakken. 

Dit vindt plaats onder het lied, In Paradiso.

Nota bene gaat dit lied over opname in de hemel, terwijl deze mens in de diepte verdwijnt.

Ter afronding gooit de priester met schep een homp Limburgse klei op de kist met de woorden.” Mens gij zijdt uit stof gemaakt en tot stof zult gij wederkeren”.

Als makke schapen volgt een ieder de herder met de schop en is het graf  al deels gevuld.

Gelukkig hoef ik het eind nooit mee te maken.

Samen met pastoor vertrek ik naar de sacristie, om daarna weer vlug naar de aardrijkskunde les te gaan op school.

De meester stelt me een proefwerk vraag.

Welke provincie in Nederland heeft als klei alleen maar Loss?

Mijn antwoord, Zuid – Limburg, meester.

Een tien.

Tot op de dag van vandaag bezoek ik met zekere regelmaat het kerkhof. Het is en blijft een bijzondere plek. 

Al lopend zie ik bij het lezen van al die namen opnieuw mijn jeugd voorbij gaan.

Jammer dat er zoveel graven geruimd zijn, maar ook de dood heeft financieel niet meer het eeuwige leven. 

Wel valt op dat de armen ook nu als eerste verdwijnen en de heerboeren in hun grauwe graven tot in lengte van dagen blijven liggen.

Een ding weet ik zeker.

Het was niet Jesus die grafpacht heeft ingesteld.

Hij stond na drie dagen op uit het graf en heeft vast gedacht. Kerken, gemeentes en verzekeringsmaatschappijen,jullie bekijken het maar, ik weiger te betalen. 

Advertenties