jeugdopnames-20020122jp-044.jpg

Kerk en Gezag zijn in mijn jeugd onlosmakelijk met elkaar verbonden. Echter het kerkelijk gezag komt op de eerste plaats.

Vanaf klas een ga ik dagelijks naar de H. Mis, links geknield de meisjes, rechts de jongens in de kapel.

Al snel komt koster/dirigent Eugene van de Callistuskerk de zangkwaliteiten meten op school.

Immers in de komende nachtmis met Kerst moeten er weer verse sopraans zijn die Stille Nacht, Heilige Nacht, zingen vanaf het koor.

Ik hoor tot de gelukkigen en ben voor vier jaar verzekert van deze baan.

Op mijn zevende jaar na het vroegtijdig verlaten van de zangles om 12.30 uur struikel ik van de granieten trappen van de kerk en breek mijn linkerarm op drie plekken.

Een half uur lig ik met een pols zo groot als die van mijn vader links, (en die heeft een knokkel) in het groene gras.

Als de koster mij vindt wordt de hoofdmeester van school erbij gehaald, die heeft EHBO.

Met houtenspalk en mitella zit ik voor het eerst van mijn leven in een auto op weg naar een ver ziekenhuis in Sittard.

Zes weken verblijf ik hier met mijn arm in dik wit gips.

De laatste drie weken al spelend in de klooster ziekenhuistuin. Ja, de zorgverzekering was toen nog soepel.

Er was een regel.

Tijdens het bezoek half uur in de middag moet ik weer ziek te bed liggen.

Naast zang ontdek ik ook mijn andere muzikale kwaliteiten en ga op woensdagmiddag blokfluitles volgen bij de koster. Ook deze inzet is nodig tijdens de nachtmis.

Vanaf klas vier komt meneer pastoor in beeld.

Wekelijks staat hij in zwarte toog met ontelbare zwarte knoopjes op zijn buik ons godsdienstles te geven.

Zijn leerboekje is de Heilige Catechismus, deze dateert uit 1948 en is voorgeschreven door kardinaal de Jong.

Ieder katholiek kind zal tot de jaren 70 hiermee opgroeien en de vragen in zijn hoofd moeten stampen.

De eerste vraag die ik uit mijn hoofd moet leren is.

Waartoe zijn wij op aarde?

Het antwoord: Wij zijn op aarde om God te dienen en daardoor hier en hiernamaals gelukkig te zijn.

Als ik terug kijk, denk ik dat ik hem gediend heb en ben hier nu gelukkig. Het laatste is nog maar afwachten.

De drie hoogste cijfers die ik tijdens mijn lagere schoolperiode steeds haal zijn voor godsdienst een 9, zingen een 8, en vlijt een 8. De overige cijfers hebben meer weg van de voetbaltoto.

In klas vier slaat het kerkelijk gezag toe.

Meneer pastoor begint met de werving van misdienaars. De selectie tussen broer Ad en mij is snel gemaakt, immers een score van een 9 is maar voor weinigen weggelegd.jeugdopnames-20020122jp-077.jpg ( misdinaarsbel)

Dirigent ten spijt moet ook de koster in rang het af leggen tegen de herder.

Voor het eerst leer ik latijnse woorden, proef miswijn en leer lopen in een superplie.

roeping-voorkant.jpgVanuit Merkelbeek begint het ronselen door de Karmelietenorde voor roepingen. Het is Pater Wilfried die mij thuis met het prentje: Gebed voor een jongen, warm weet te maken om naar een ver missieland in dienst van God te vertrekken.roeping-achterkant.jpg

De roeping is geboren.

 

Advertenties