willem-krantenbezorger.jpg Willem, de krant en zijn fiets

Willem was de bezorger van de gazet De Nieuwe Limburger.

Het volgende artikel kwam ik tegen in oude krant, aangevuld met mijn persoonlijke herinneringen.

Die vervloekte winter; vloekte Willem met zijn Don de Dieue op zijn Frans toen hij zijn fiets met twee zware krantetassen voortduwde in de sneeuwstorm.

Terwijl hij de schaarse Spaubekenaren, die het barre weer en vroege tijdstip trotseerden links en rechts begroette, bleef hij krachttermen gebruiken waarvan de mijnschacht Maurits te Geleen zou inzakken. Willem werd die dag 75 jaar en bezorgde tevens 25 jaar Nieuwe Limburgers in Spaubeek en Spaans.

Jammer genoeg staat het jaartal niet bij het artikel maar ik schat gezien de foto dat het tussen de jaren 1955 – 1960 geweest moet zijn.

Immers zijn doorgroefd gezicht en platte pet zijn mij altijd bijgebleven.Ook het dubbeltje dat ik ontving als ik na de vroegmis in ons gehucht Spaans de resterende kranten snel rond bracht.

Willem vervolgt; Je hoeft met dit weer ’s morgens in alle vroegte maar te vallen. Dan lig je te bevriezen totdat er iemand langskomt en je ziet.

Ja Willem zo is het.

Maar dat gold ook voor mij als misdienaar die kinderarbeid verrichte en een keer per jaar bij kaplaan achter een glaasje ranja en koekje achter een bandrecorder mocht zingen.

Als Willem in het café ”De Witte Hoek” in Spaubeek zit en de haard roodgloeiend staat wordt zijn spraak wat milder.

Hij nipt genietend aan zijn ” Elske ”, een Limburgs borreltje, en knikt beamend als de caféhouder Janssen zegt: Willem,je sterft nog eens met de gezet, langs de weg.

Maar Willem, vervolgt de kastelein; je bent wel nog een krasse jongen, Willem die het niet vlug opgeeft; Ook dat beaamd Willem.

Als de warmte en het Elske hun werk hebben gedaan vertelt, de krasse krantbezorger van zijn leven langs de weg.

S’ Morgens om half drie sta ik op. Ik drink een kop thee en eet wat koekjes. Rond kwart over drie arriveert de krantenwagen uit Maastricht. Om half vier begin ik met bezorgen. Dat duurt tot half elf. Inmiddels heb ik wel een boterhammetje gegeten.

Dat doe ik altijd bij wethouder Bouwens, die tegen half negen de koffie bruin heeft.(en waarschijnlijk gratis de krant leest).

Ja, Willem zet zich helemaal in voor de krant, verzekert de caféhouder. Hij gaat iedere avond om zes uur naar bed. ” Dat moet ook wel”.

De deur gaat open.

Een kennis van Willem, en dat is in Spaubeek en Spaans iedereen, komt binnen.

Ik sta zaterdag in de gezet zegt Willem. Dan hoef je me zaterdag geen krant te brengen, gekscheert de man, of ik hang je in de keldertrap.

Als Willem aan het tweede Elske begint en de derde sigaret, moet de jeugd van tegenwoordig het ontgelden, wij dus, ook toen al.

Die kunnen niet meer zo vroeg opstaan als ik, beweert de zilveren bezorger, die in zijn loopbaan slecht twee fietsen heeft versleten.

Geen kunst, want hij liep er het grootste deel van zijn leven naast. Wel heeft hij veel banden versleten op de wegen tussen Spaubeek en Spaans.

Mijn benen beginnen tegenwoordig ook wat na te laten, bekent hij.

Maar als iemand in het café opmerkt. We moeten gelukkig zijn dat we nog kunnen tippelen, onderstreept Willem dit volmondig.

Om half een ’ s middags gaat Willem naar zijn huis in de Irenestraat, ja zijn dagritme is anders dan dat van de gemiddelde Limburger.

Het sneeuwt nog een beetje. Voor de zoveel –- duizendste keer hijst Willem zich weer in het belegen leren zadel.

Die rot kwakkelwinter is zijn afscheidswoord en alle krachtermen die nog volgen, maar dat mag alleen Onze Lieve Heer horen.

Bovendien kan Willem zaterdagmorgen om half negen al biechten, want dan slaapt wethouder Boumans uit.

Advertenties