Ik heb er nooit gewoond.

Mijn warme ruimte verlaat ik met perslucht 30 september 1946.

Wel weet ik van het bestaan van deze ondergrondse hut gegraven tijdens de tweede wereldoorlog achter in onze tuin.

Het gat in de grond is al ruim elf jaar dicht.

Begrijpelijk, zand erover. Het moet er donker, nat en koud geweest zijn.

De mensen in deze benauwde ruimte zullen het angstzweet letterlijk hebben geroken.

Op deze plek zit wel geschiedenis in de grond.

Het is broer Hub die initiatief neemt de kelder na elf jaar bloot te leggen.

Elf jaar, en verrekte nieuwsgierig sta ik hem bij met graven.vliegendfortbom.jpg

 

Uit de overlevering zou een Engelse piloot waarvan het vliegtuig neergestort was hier zijn ondergedoken.

Zijn naam was Tommy. Ik herinner hem nog van een zwart-wit foto van mijn ouders.

Ook ons gezin met zes kinderen zocht met regelmaat bij bombardementen hier een veilige plek.

Daarnaast kennissen die gevaar liepen opgepakt te worden door de Duitsers.

Tijdens het graven wordt veel verroest groen conservenblik en koperdraad omwikkeld met canvas naar boven gehaald. Dit laatste waarschijnlijk gebruikt om stroom op te wekken via een dynamo.

 knijpkat.jpg

Ons juweel is een patronenhulst gevuld met kogels.

Of wij achteraf en nu wetend daar zo blij mee moet zijn geweest is dubieus.

Immers Hub en ik hadden alsnog elf jaar na de oorlog op het ereveld te Margraten kunnen liggen.

schommel.jpg

Een jaar later schommel ik boven de fundamenten van de kelder.

Vader heeft die tweedehands gekocht.

Al heen en weer vliegend op het houtenplankje kijk ik onbevangen naar de blauwe hemel en het gras onder mijn voeten, genietend van mijn vrijheid.

Advertenties