koloniehuis kerst Adje, eerste rechts boven, Michelke naast hem, Joke, eerste rechts onder.

bunde-1.jpg

Daar gaan we, Jo ( 7 ) Ad ( 6 ) en Michel ( 5 ), na Sinterklaas 1953 voor het eerst zes weken naar Bunde.

Een wereldreis in kinderogen, maar met uiteen lopende ervaringen.

Ad vindt het geweldig, Michel laat het gelaten over zich heen komen, en ik moet los gerukt worden van Moekes schort om al huilend de bus in te gaan.

Met een grote E.B.A.D. bus (Eerst Betalen Anders Druit) uit Beek worden we gehaald.

Voor in de bus staat een grote wit geëmailleerde emmer voor het overgeven met daarnaast een non met zwarte kap en witte rand.

Zodra de busdeuren sluiten wordt de non een schreeuwende ekster.

Nee, het wordt geen schoolreisje.

Het koloniehuis ligt tegen het Bunder bos en steekt afdalend vanaf de Kruisberg richting Maastricht, rechts statig boven de bomen uit. Het lijkt wel een kasteel, maar dan van Assepoester, blijkt achteraf.

Ad en Michel worden ingedeeld bij de groep kabouters, ik bij de zandmannetjes.

Naar Bunde komen kinderen uit Noord – Brabant en Limburg om aan te sterken. Veelal bleekneusjes, maar ook om moeders tot rust te laten komen. Dit laatste is in onze situatie van toepassing, negen kinderen en een baby op komst.

Mijn vader heeft onze ” vakantie” via de Staatsmijn geregeld. Hiervoor ben ik hem nooit dankbaar geweest.

De leiding van het huis is in handen van Duitse nonnen geholpen door lekenverzorgsters.

Alles in het gebouw oogt eng, een eetzaal zo groot als een voetbalveld en de enige plek waar we elkaar dagelijks zien.

Eetpannen waarin men van jou soep kan trekken, en dit direct na Sinterklaas en het verhaal van de drie kinderen die levend gekookt werden.

Een slaapzaal waar je in de nacht nooit je bed uit durft te komen.

Een speelzaal waar je nergens een veilig en geborgen plekje vindt.

Alleen het bos voelt vertrouwt, dit heeft iets herkenbaars en doet denken aan het Spaubekerbos, vlakbij Spaans, ons gehucht.

De dag begint elke morgen om zeven uur met wassen en het ochtend gebed, gevolgd door de H.Mis in de kapel.

Daarna het ontbijt, meestal van die dikke havermout pap. Eet je die niet op dan staat die s’ middags opgestijfd er weer.

Na het ontbijt bed opmaken, dit moet met uiterste precisie, zo niet dan wordt alles weer afgetrokken.

Kinderen met bedplas problemen worden gebrandmerkt met een rood – bruin zeil onder hun laken. Bovendien worden zij openlijk onder de aandacht gebracht van de droogliggers.

Het leren van marsliedjes tijdens het vele wandelen is de volgende activiteit.

“ Ik trek mijn wandelschoenen aan, en wandel overal. Want ik weet niet waar ik heen zal gaan, de wereld is van mij.”

Nou vergeet het maar. Slechts een paar hoge schoenen heb ik, en als ik overal zou mogen wandelen dan had ik nu mooi thuis gezeten.

Na het middagmaal om twaalf uur, bestaande uit stampotten en nog een stampotten, is het slapen tot twee uur. slaapzaal-bunde.jpg

Slapen lukt niet, maar er wordt gecontroleerd of je ogen dicht zijn.

De middagwandeling, twee aan twee in rij door de bossen en het dorp, waar geen vogel meer durft te fluiten vanwege het wandelschoenen lied biedt enig vertier.

Na het avondmaal, is het nog even spelen in de speeltuin.bunde-2.jpg

Hierna wassen, tanden poetsen en stiekem water proberen te drinken bij de wasbakken die op een trog lijken.

Op de slaapzaal wordt na het avondgebed gezeten op je knieën afgeroepen wie er post van thuis ontvangen heeft.

Avond aan avond gaan voorbij en telkens kruip ik weer huilend onder de dekens barstend van de heimwee hopend op een kaartje van thuis.

Eenmaal mag broer Ad een boodschap van een zuster naar mijn groep brengen, als een bang aapje vlieg ik hem huilend om de hals en mogen we voor even bij elkaar zijn.

Iedere vrijdagavond gaan we allemaal naar de ziekenboeg.

De aanwezige ziekenzuster controleert ons dan op hoofdluizen, wratten en andere oneffenheden.

Sta je niet in het gelid dan zorgt zij door een venijnig knijpje in je bovenarm dat dit wel het geval is. Waag het niet te zeggen, zuster ik heb een blauwe plek op mijn arm.

Met Kerst krijgen wij ons eerste kaartje van thuis. 

Een Zalige Kerstmis, voor Joke, Adje en Michelke.

Moeke en Pap. 

Nou die Kerst is voor mij alles, behalve zalig.

Alle jongens krijgen die dag een donkerblauw uniformpje aan met korte broek dat omhoog gehouden wordt door bretels met daaroverheen een spencer.

Het ontbijt begint feestelijk, op ieder bord een speculaaskrans met chocolade groene hulstblaadjes en besjes van rode suiker, bovendien is er warme chocolade melk bij het brood.

Na het ontbijt moet ik echter poepen en het lukt me met geen mogelijkheid de bretels los te krijgen, het resultaat alles in mijn broek, een regelrechte ramp.

Juffrouw Ria, de reddende engel en gelukkig geen non stopt mij voor het eerst in een echt ligbad en zorgt ervoor dat ik weer geheel in ornaat te voorschijn kom.

Bovendien mag ik even in haar recreatie ruimte op verhaal komen. Er staat een bankstel, kerstboom, radio en piano. Even voel ik me thuis in Spaans maar dan zonder piano.

Begin februari 1954 worden we thuis ontvangen met beschuit met muisjes, ons broertje Tonny is geboren en Moeke moet beloven ons nooit meer naar Bunde te laten gaan, maar dat pakt anders uit.

De tweede keer naar Bunde ongeveer een jaar later word ik ingedeeld bij de groep ”De Merels”, deze periode weet ik mij niet goed te herinneren, waarschijnlijk verdrongen.

Wel herinner ik me mijn eerste toneelrol in het spel Repelsteeltje. De hoofdrol krijg ik niet en dat kan ik maar moeilijk verkroppen. Mijn rivaal slaapt in het bed voor me op de slaapzaal.

Tijdens de middagrust wip ik zijn lange kousen over het hoge hoofdeinde van het metalen bed in zijn gezicht. Een roep van hem, zuster hij plaagt me, heeft tot resultaat een aantal flinke kletsen op mijn billen met de aanwezige gymschoenen onder mijn bed.

Drie en dertig jaar later leer ik vriend Rob in Geldrop kennen en delen we samen ieder vanuit zijn eigen herinnering het jeugdtrauma Over Bunde.

Er is geen woord gelogen blijkt uit de uitwisseling en zelfs broer Ad uit Australie voelt nog ondanks de vele warmtes daar het zelfde koude gevoel van Overbunde.

Advertenties