draaimolen.jpg

Vlaai wordt bij ons thuis (ös thoes), elke zondag gegeten. 

Bakken is een liefhebberij van moeder.

Meestal bakt zij er twee, want meer kan onze kolenkachel met oven niet aan. 

Echter op feestdagen, kermis, communie en bruiloft wordt er volop gebakken. 

Als in ons kerkdorp het naamfeest van St. Callistus in Neerbeek gevierd wordt, is het tevens grote kermis rondom de kerk.

Op het kermis terrein staat een houten door stoom aangedreven draaimolen (carrousel) . Als kind mijn grootste vertier. 

Maar ook de talrijke gekleurde windmolentjes op een stokje vind ik fascinerend. 

De houten schommelbootjes waarmee je het bovenhangend bruin tentdoek probeert te bereiken zijn zeer uitdagend. Samen met mijn oudere zus Corrie probeer ik de hemel te bereiken. 

De bukstent waar je kogeltjes met  fluisje op een zwart geringde kaart tussen 0 en 10 punten schiet boeit mij niet. 

Touwtje trekken vind ik wel spannend. Immers daar heb je altijd prijs. Dit keer een neusfluit. 

De waarzegster zegt me niets, immers ik weet dat ik morgen gewoon weer naar school moet en daarna konijnenvoer ga plukken. 

Blikgooien met bolletjes krantenpapier verpakt in een oude nylonkous of omringd door in stukjes geknipte binnen band van een fiets vind ik een geliefde bezigheid. Motorisch echter ontbreekt het mij aan richtingsgevoel. 

Het rad van avontuur.

Drie kansen voor een kwartje. De spijkers op het rad knarsen, maar de nummertjes 8, 25, en 60 vallen allen buiten de boot. Helaas, dit spel heb ik zelf niet in de hand.

De grabbelton, vijf cent, laat ik niet aan mij voorbij gaan. Ook hier heb je altijd prijs. Dit maal een gum. 

Bier en limonade flesjes liggen gekoeld in een zinken teil met ijsblokken. Deze dranken zijn voor mij financieel niet weg gelegd.Thuis krijg ik straks wel exota limonade. 

De kop van Jut.

Adembenemend kijk ik toe hoe de grote jongens met hun achterover gekamde kuiven vol bril crème aan de meisjes laten zien tot welke hoogte zij in staat zijn.  

Tot slot koop ik bij de Sabena ijskar uit Sittard, een ijsblokje verpakt in zilverpapier met twee losse wafeltjes voor tien cent. Heerlijk.

De ochtend voorafgaand aan de kermis is er een Hoogmis met drie Heren. 

Die heren zijn priesters, allen gekleed in een wit kazuifel dat rijk geborduurd is met zilver – en goud brokaat. 

Als drieeenheid brengen zij alle gebaren gezamenlijk voor ons als kerkvolk tot uiting. Ja het is een schouwspel.

Na de mis begint de grote processie, (broonk). 

In de parochie zijn doormiddel van triplex mallen met gekleurd zand lopers midden op straat in alle vroegte aangelegd door de jonkheid en de vaders.

Die in onze straat lijkt op de traploper bij ons thuis maar dan zonder roeden. Het voordeel is dat er niets los kan schieten.

Voor meneer pastoor zijn bij de verschillende kappeltjes en rustaltaren bijzondere zandsculpturen aangelegd. Zo is voor ons kapelletje in Spaansneerbeek het Lam Gods uitgebeeld. kapel21.jpg ( kappelletje in winter)

Het lijkt wel op een vlaai, rond van vorm afgezoomd met wild groen laurierblad, het binnenzand oranje en het lam met  pauselijk vaantje in zijn voorpoot in wit – geel.

De moeders zijn ondertussen druk in de weer met het vervaardigen van het huisaltaar tussen de voordeur. Dit is een soort wedstrijd.

Hoe hoger het Heilig Hartbeeld trapsgewijs staat omringd door bloemen en kaarsen, des te meer scoor je van de blikken van de voorbij trekkende processiegangers, ook al win  je er geen prijs mee.

Echter mijn moeder kan met onze voordeur nooit op tegen de boerenpoort aan de overkant van Penders. 

Vreemd vind ik wel dat meneer pastoor als laatste met  maat 42 van schoenen onder het baldakijn met Jesus verpakt in een monstrans al die zandlopers naar de filistijnen loopt.

Niet dat ik hem beneid, want met zoveel zand in je schoenen loop je niet prettig.  

Om twaalf uur wordt er thuis feestelijk (sjiek), warm gegeten met twee wit gestreken beddenlakens als tafelkleed. 

Dit moet ook wel want anders kunnen we met z’n twaalven nooit deftig eten. 

Na het bidden van het Engel des Heren, terwijl de kerkklokken het Angelus luiden, vangt het diner aan met zóndichsesop, ( bouillon met mergballetjes ). 

De tweede gang is zóérvléísj, ( zoetzuurvlees bereid van paardenvlees met azijn, laurier, ,jeneverbessen, appelstroop, uien en peperkoek ) , dit vooraf achtenveertig uur getrokken in een Keulse pot in de kelder.

 Boontjes, sla en aardappels komen uit eigen hof.  

De eigen gemaakte appelmoes komt uit de fruitwei van boer Philips achter ons huis.

Deze valappels hebben wij als kinderen op zaterdag in de schemering in opdracht geraapt. Immers de vruchten der aarden zijn er voor iedereen, (gratis), maar biechten doe ik dit wel. 

Het nagerecht is chipolata pudding met rum en vingerkoekjes. De met twee vorken geklopte slagroom maakt het geheel af. 

Dit nagerecht is de trots van moeder, geleerd als dienstmeid en kok bij rechter Jaspar in Maastricht,( 1925) . 

Na het middaglof gaat de kermis om vier uur open.

Deze is qua oppervlak maar vooral financieel voor ons gezin goed en snel te belopen. 

Dit moet ook wel want omstreeks vijf uur komt de familie op bezoek, allemaal nónkes en tantes met neefjes en nichtjes. 

De nónkes Harry en Sjo zijn kompels, ( ondergronds mijnwerker) die ontbreken meestal, omdat die nachsjig, (nachtdienst), op de staatsmijn Maurits hebben en slapen. ondergronds.jpg

Bakken doet ieder huishouden zelf. De boeren hebben veelal achter hun boerderij een bakkes of bakhuis staan. Dit is een gemetselde oven van brikken, ook bakstenen genoemd. bakhuis.jpg

Met sjanssen, ( takkenbossen ), verkregen uit het gedroogde snoeihout van de hoogstambomen wordt de oven heet gestookt. 

Is het bakkes heet genoeg dan worden de hout – en asresten er uitgeveegd met de kaerbessem, een bezem van heide takken, eventueel wordt met een natte dweil aan stok de temperatuur getemperd. 

Nu kunnen de vlaaiplaten met een ovenschieter erin geschoven worden, dit is een lange stok met een plat voorhout eraan. 

Het doorsnee gezin in ons gehucht bakt echter in een kacheloven.  

Het alternatief is de vlaaiplaten kant en klaar bij bakker Erkens in Neerbeek afleveren. Dit laatste kost bakgeld, en is bovendien op de fiets of lopend over de heuvels een acrobatentour. 

Het bakken zelf is een zware en secure bezigheid. Het deeg wordt met de handen gemangeld in grote houten troggen of in het schoon gesopte wit geëmailleerde kinderbadje.  

Dan komt de spjies, ( vulling ), abrikozen binden, morellen ontpitten, pruimen halveren en ontpitten, rijst koken en pudding maken voor de puddingvlaai. vlaaien.jpg

Als het deeg voldoende gerezen is, wordt dit uitgerold.  

De vlaaivormen zijn van zwart plaatstaal met een diameter van 32 cm. Deze worden met boter of raapolie ingevet en dan met het deeg bekleed. 

Hierna wordt met een vork gaatjes geprikt in de bodem van het deeg, dit is om de  aanwezige lucht er uit te laten. 

De rand van het deeg wordt met de achterkant van een soeplepel aangedrukt in de richels van de vlaaiplaat. 

Dit is ons karweitje als kinderen, want het deeg dat over de rand komt werken wij rap naar binnen, alvorens Moeke het kan hergebruiken. 

Het uitrollen van de vlaaien is nauwkeurig werk, het deeg mag niet te dun maar ook niet te dik zijn. 

Te dun betekent dat de vlaai slecht uit de vorm wil komen na het bakken, maar te dik baksel duidt op zuinigheid van de spjies. Een gezegde in onze omgeving is:” Dik van laer maar dun van smaer. ( Dik van voetleer maar onvoldoende voetbed als vulling ).

Als alle vlaaien gerezen zijn wordt de spjies er over verdeeld. Hierna alles de oven in, in ons geval twee. 

De overige vlaaien worden  onder een theedoek in de buurt van het fornuis warm gehouden. 

Als het baksel gereed is, wordt het op een hortje, ( een metalen rond rekje van draden op pootjes ) geschoven om af te koelen. De verder afkoeling vindt later plaats in de gang naar de voordeur. 

Het veelvuldig maken van vlaaien komt bij ons thuis op gang met de aanschaf van een elektrisch fornuis. etna-fornuis.jpg

Een echte ETNA uit Breda ( Holland ) van wit geëmailleerd plaatstaal op poten. Je kunt op vier zwarte platen koken en er in bakken. 

Op kermis – zondag komt het bont pallet van vlaaien en de tassen met koffie op tafel met weer twee schone bedden lakens als tafelkleed. 

De vlaaien liggen op vlaaischotels van een soort kristalglas of bloemmotief van rozen al of niet met een verhoogde voet er onder van glas of zilver. 

We beginnen met de fruitvlaaien, dan volgt de rijst – en greumelen vlaai en het laatst de puddingvlaai bespoten uit een puntzak met slagroom. 

Het eten van vlaai doe je met de handen, ,je werkt de drie a vier stukken vanaf  punt naar korst binnen. 

Na de vlaaien is het tijd voor de nónkes voor een flesjke beer, een drupke, ,jonge jenever, of een Elske, een geelachtige likeur uit Beek. 

Voor de tantes een citroentje of advocaatje met slagroom. 

Tevens is dit het moment dat de mannen de KVP, Katholieke Volks Partij, en de Katholieke mijnwerkersbond door ös pap, waarvan hij voorzitter is ter kall, ( spraak ), wordt gebracht en hij en zijn broers bijna altijd oorlog krijgen. 

Als zij murm zijn van het politiek geleuter gaan allen toepen, ( kaarten ) om centen, maar dit brengt nog meer oorlog. 

En de tantes? 

Die hebben met Moeke ondertussen de hof bekeken, bloemen geplukt, groentes geruild en  wisselen brij patronen uit. 

Wij kinderen spelen buiten verstoppertje, tikkertje, tollen, voetballen of steltlopen. 

Alleen op Kermiszondag krijgen we echte geel – groene Exota limonade gazeuse, vanuit Dongen in Holland. Deze wordt geschonken in een van vele Gulpener schoongemaakte mosterdglazen uit onze goojkas. 

Na het eten van eigen gemaakte koudeschotels met draadjesvlees, geserveerd op aardewerken schalen van de Ragouts uit Maastricht gaan de ooms en tantes op hun fietsen  naar huis en verheugen wij ons op de volgende kermis bij tante Cato in Oud – Geleen. 

Bij tante Cato en noonk Michiel  is het echt een kermis. Die hebben een platenwisselaar in huis voor tien 33 toeren met stereo geluid. Kesera, Doris Day, Tiribomba en Sjun waar die jugendsite sluiten naadloos op elkaar aan.

De buitenkermis is ook veel groter dan in Neerbeek. Hier heb je een suikerspin, botsautootjes, Jimmy en een friettent met mosterd. 

Ook gaan nu alle ooms en tantes mee en sommige peetooms en peettants geven gericht kermis geld. 

  

Vlaairecept Juli, 1935

Voor een vlaai heb je nodig 250 gram wit meel.

Maar voor ons huishouden ga ik altijd uit van een kilo dat zijn 5 vlaaien en dan kun je gemiddeld van 200 gram bloem uitgaan, en dat is goedkoper. 

Je hebt nodig:1 kg wit meel ( van de mengeeir, molenaar, Neerbeek) 5,5 dl lauwe melk ( van melkboer Lenie, Swijkhuizen) 100 gram zachte boter (ook van Lenie) 75 gram gist ( van bakkerij Erkens, Neerbeek) 75 gram kristalsuiker ( grutter Jansen, Neerbeek) 12 gram zout ( de zelfde grutter) 5 vlaaiplaten ( van de smid uit Neerbeek, of van tant Plien, buren).

Bereiding: 

Zorg dat alles op kacheltemperatuur is. Verwarm de melk uit de kelder lauwwarm 35 – 40 graden C. Brokkel de gist in een kommetje en giet er wat melk bij en maak daar een papje van. 

Doe de bloem in een trog of schoon kinderbadje en maak in het midden een kuiltje. 

Giet hierin het gistpapje. Voeg hierbij de boter in kleine stukjes en de suiker. Strooi het zout goed verdeelt langs de buitenrand van de trog. 

Daarna het grootste deel van de melk bij gieten in het kuiltje. 

Nu kan het kneden beginnen. Eerst met een hand alles door elkaar roeren, (wel even de trouwring af doen voor vuil) en dan met de beide handpalmen aan het kneden waarbij je het deeg telkens omlegt. Zo ga je door totdat je een soepele bal hebt. Is het te droog dan nog een beetje melk erbij. Bij te nat nog wat bloem. 

Nu kan het deeg gaan rijzen tot zijn dubbele massa. Doe wat bloem in een stenen kom en leg daar het deeg in afgedekt met een doek en zet de kom op een warme plaats bij het fornuis.

Let niet op de tijd wel of de dubbele hoeveelheid er aan komt. 

Als alles gelukt is verdeel je het deeg in vijf gelijke plukken en kun je het gaan uitrollen, niet te dun maar ook niet te dik.  

In de vorm, gaatjes prikken met een vork, en opnieuw op een warme plek laten rijzen met doek over de vlaaiplaat.

Hierna de vulling erop en afbakken in het kolenfornuis ongeveer 25 minuten maar als je twee vlaaien hebt langer.      

Advertenties