Bij ons thuis werd door moeder en later over genomen door zus Corrie veel gezongen. 

Meestal gingen de liederen over het leven van alle dag en werden er heel wat winteravonden mee gevuld. 

Zij waren veelal afkomstig van marskramers die langs de deuren hun koopwaar sleten met,  “waar gebeurde verhalen”  

Geliefde onderwerpen waren moord, ontvoerde kinderen, dronken vaders, verbannen kinderen of oorlogshelden die in een of andere oorlog gesneuveld waren.

De teksten werden verkocht voor 1, 2 of 5 cent, al naar gelang de lengte van het lied. Hier een opsomming van de top drie bij ons thuis. Op nummer vier stond achter in het stille klooster. 

                                                                                                           

 ooievaar.jpg 

In een klas met kleine kleuters

Babbelend allen door elkaar.

Want het was pas negen uren,

En ze zeiden tot elkaar,

Zeg wat heb jij op je boterham?

Ik heb ei en ik heb worst.

En ik beschuit met daarop muisjes,

Zo sprak Liesje van de Dorst.

Juffrouw in de klas gekomen,

Ziet kleine Liesje peuzelend staan.

Liesje zit je weer te snoepen,

Je wacht tot twaalf uur voortaan.

Juf de ooievaar die moet komen.

Ik heb beschuit met muisjes al.

Stienie zal mij komen halen,

Als de ooievaar komen zal. 

Liesje let niet op de lessen.

Van de strenge school juffrouw.

Zit maar steeds met Han te kletsen.

Wat de ooievaar brengen zou.

Of het een broertje zou zijn of zusje.

Het was haar beide evenwel.

Angstig zit ze maar te luisteren.

Naar het klingelen van de bel. 

Liesje grijp je hoed en mantel.

Sprak de juf met een traan in het oog.

Want je moogt direct naar huis toe,

Kleine Lies die sprong omhoog.

Is het een broertje of een zusje?

Nee sprak meisje heel bedeesd.

Maar hoe kan dit dan sprak Liesje,

Dan is de ooievaar niet geweest. 

Veertien dagen zijn vervlogen,

Zei kleine Lies weer, dag juffrouw.

Want zij kwam voor het eerst naar school toe,

Kleine Lies was in de rouw.

Was de ooievaar maar weg gebleven

Sprak zij met een droeve wee.

Hij bracht geen broertje en geen zusje,

Maar hij nam mijn moesje mee. 

ouderlijk-huis.jpg

In een klein armoedig huisje, zullen wij eens verder zien.

( Daar lag op een veren, veren bedje, Een meisje van een jaar of tien 2 x ) 

Het was de Anna, die lieve Anna, die haar oogjes slap let hangen.

( En haar rode mooie kleurtjes,waren niet meer op haar wangen 2x ) 

Op een avond riep zij moeder, kus me voor de laatste keer.

( Kom een poosje bij mij zitten.Morgen leef ik heus niet meer 2x ) 

Geef de pop maar aan Marietje, en de duifjes maar aan Koos.

( Toen de lieveling dit gezegd had.Sloot ze de oogjes en was dood 2x ) 

O, wat schreide de arme moeder, o, wat schreide de arme vrouw.

( Om haar pas gestorven lieveling.Die ze nooit meer kussen zou 2x ) 

’s Avonds kwamen er zwarte mannen.En die namen Anna mee.

(Op het grafje staat geschreven. Hier rust Anna heel tevree 2x )  

 

In een der straten van ’s Gravenhagen,

Daar woont een man een vrouw en een kind.

Dat kind dat was hun welbehagen,

Werd door zijn ouders teer bemind.

Emanuel hun enigs kind,( Werd door zijn ouders teer bemind 2x ) 

Het knaapje dat zo graag wou leren. 

Ging zo maar ergens naar een school.

Daar moest hij blokken en studeren.

Het knaapje had zo’n lol en jool.

( Ach lieve ouders wist je het maar,Straks komt voor jouw een moordenaar 2x ) 

De klok der school had vier geslagen.

Toen er een rijtuig stil bleef staan.

Een rijke heer kwam aan hem vragen.

Hoever het knaapje mee wou gaan.

( Ach lieve ouders wist ge het maar,U kind is bij een moordenaar 2x ) 

De klok van school had vijf geslagen,

De ouders werden ongerust.

Ze gingen aan de buren vragen,

Maar niemand die het knaapje wist.

( Zij zochten heel het stadje rondMaar niemand die het knaapje vond 2x ) 

De rijke heer had een brief geschreven,

Stuur mij u geld toch alstublieft.

Stuur mij u geld naar welbehagen,Of is die som te groot misschien.

( Of is de som te groot misschien,Dan sterft u kind de marteldood 2x ) 

Ziet hoe de beul het kindje martelt,

Ziet hoe de beul het kindje slaat.

En hoe het knaapje smeekt en spartelt,

En hoe het om vergeving vraagt.

( Vaarwel, vaarwel Emanuel,In de hemel zien wij elkander wel 2x )       

Advertenties