wasteil.jpg

Onze vaste baaidag is de vrijdagavond.  

In de keuken worden twee stoelen tegenover elkaar gezet met daarop de zinken teil.

Op de kolenkachel pruttelt in de zinken wasketel het water voor in de teil.  

De juiste temperatuur voor het bad wordt verkregen door aanlenging met regenwater uit de duigenton. 

Het wassen gaat doelmatig en snel. Alle vijf achter elkaar of gecombineerd.  

Tussen de wasbeurten door wordt het afgekoelende water telkens aangevuld met een scheut warm vanaf de kachel. 

Zodra het haren wassen is gaat het washandje voor de ogen, want de Palmolieve shampoo heeft een verwoestende uitwerking. 

Soms plast een van de jongeren door onvoldoende blaasbeheersing in de teil, ook dan doet een verse scheut water wonderen en neutraliseert het zuurgehalte.  

Dat we schoon worden is goed te zien aan de afgezette vetranden. 

Vanaf mijn achtste jaar wordt de wasgelegenheid met het oog op privacy verplaatst naar de stal achter ons huis. 

Tussen de knorrende varkens en de poepdoos kun je in alle rust relaxen, ten minste in de  zomer want dan heeft de stal een aangename temperatuur en heb je alleen maar last van de rond vliegende strontvliegen bij de varkens. 

In de winter is het een ander verhaal, de dampen van het warme water slaan dan als wierook uit de teil. Eenmaal uit het water is de afkoeling groot en zorg je snel dat je aangekleed in de keuken bij de kachel zit. 

Vanaf  mijn elfde jaar ga ik met broers Ad, Michel en oudere broer Harrie elke vrijdagavond op de fiets naar het badhuis in Beek om te douchen. 

Dit is voor ons een hele ervaring.

Tegen betaling  krijg je een privé hokje waar gedurende beperkte tijd warm en koud water uit een sproeier boven op je hoofd valt. 

In het badhuis zijn alleen mannen en er wordt veel gezongen. Ik leer er dan ook menig Limburgse lied. 

Wel vind ik dat we voor tien minuten douchen veel over moeten hebben, immers daar staat een uur fietsen tegenover.   

Advertenties