strondboer-boerderij-spaans.jpg

 

Dit verhaal is van mijn broer Ad wonend in Australië en de auteur van deze jeugdbiografie.

Ieder jaar omstreeks september nam vader van zijn werk het Stikstof Bindings Bedrijf , (SBB) te Geleen grote papieren zakken mee naar huis voor het rapen van valappels.

Het rapen in de wei met hoogstamfruitbomen bij broer en zus Willemke en Tilleke van Per Willems ging in ruil daar vader de boomzagen van Willemke ieder jaar deed slijpen.

Willemke entilleke-van-per-willems-spaans.jpg Tilleke waren een zonderling stel, een beetje mensenschuw en als bijnaam hadden zij “De Strondboer” .

Willemke, Tilleke, hun boerderij,  het vee, en hun boomgaard zagen er vervallen uit, maar het geheel oogde daardoor toch harmonisch.

De bijnaam “strondboer”  hadden zij  te danken aan de achterwerken van hun koeien die behangen waren met eigen uitwerpsels.

Maar terug naar de appelstroop. foto-blikken-rood-goud.jpg

Appels plukken was er bij Willemke niet bij. Voor ons gezin van twaalf betekende die ruil een jaar lang ingewekte appelmoes en appelstroop.

Met de geleende handmelkkar werd de oogst vergezeld met een grote bruine Keulse pot lopend naar de stroop fabriek Zelis in de Pietersstraat te Oud – Geleen vervoerd.

Nadat deze fabriek ter zielen ging, brachten we de soms doordrenkte zakken met vruchtsap en verdere inhoud naar Canisius te Schinnen.

Na een week kon vader het bruine goud tegen stookkosten daar ophalen en op zolder opslaan.

Jean Canisius was fruithandelaar, het inblikken van stroop begon hij in 1903. Dit boerengebruik uit het Limburgs landschap dankt heel Nederland aan hem.

Daarnaast wordt, zeker in Zuid – Limburg, tot op de dag van vandaag menige boterham belegd met kaas afgezoet met deze lekkernij.

Ook na het verdwijnen van het zwarte goud, weet dit bruine goud zich samen met het witte tot op de dag van vandaag te handhaven. 

Ons moeder, kok bij rechter Jaspar te Maastricht in 1935 bereidde er het kerstkonijn mee. En wat te denken aan het beroemde zuurvlees dat tijdens menige communietafel het hoofdgerecht was.

Wekelijks moest een van ons kinderen met houten pollepel het lege blik met de opdruk van Canisius weer vullen. Het was een stroperige gebeurtenis, maar het aflikken van die pollepel was zalig.

Mijn broer Ad die de ambachtsschool te Hoensbroek bezocht, fietste dagelijks langs de Canisiusfabruik. Hij snoof dan de zoete geuren van het stookproces op.

Zelf  ben ik woonachtig te Geldrop en neem dagelijks de zoete bakgeuren van de Pijnenburg peperkoekenfabriek via mijn zintuigen op.

Appelstroop en peperkoek hebben in combinatie met vleesgerechten altijd iets met elkaar gehad. Zowel bij konijn als zuurvlees smelten ze samen.

Broer Ad woont sinds 1965 in Australië.

Nog iedere ochtend eet hij een boterham met kaas afgeroomd met Canisiusstroop uit Schinnen te Holland, en denkt met weemoed terug aan zijn jeugd in Zuid – Limburg.

Ja, Canisiusstroop verzacht heimwee.

 

       

Advertenties