De zes weken zomervakantie hebben me goed gedaan. Heerlijk heb ik onder de zorg van Corrie kunnen bij tanken in Spaans.

Gisteren mijn 14 de verjaardag gevierd en bij tante Waal in ons gehucht nog eieren gehaald.

Als ik haar trots vertel dat ik morgen naar Boxmeer vertrek, zegt zij op haar Zeeuws, “ maar manneke gij bent veel te schoon om in een klooster te verdwijnen”.

Op deze lofuiting ga ik niet in, immers nederigheid is een van de eigenschappen die een toekomstig monnik zich behoort eigen te maken.

Het is 1 oktober 1961 als pap mij naar het treinstation te Spauwbeek brengt. Dit keer zegt hij niet, maak er get van, maar verzucht, ik hoop dat het lukt.

Klinkt niet echt bemoedigend, maar ik kies hier voor.

De treinreis vind ik spannend, want zoals ik al eerder schreef verder dan Roermond ben ik nog nooit geweest, en nu ga ik helemaal naar Noord – Brabant.

Als ik Boxmeer nader en al vast naar de deur van de trein wil lopen, blokkeert het koffer en lig ik languit met een gat in het deksel in het gangpad. Zenuwen zeg maar.

Na drie kwartier sjouwen arriveer ik bij het juvenaat “ Sancta Maria “, mijn nieuwe thuis voor drie jaar.dscf0059.JPG

Pater Rector Servatius en Broeder Aloisius met bolknakker in zijn mond, heten mij van harte welkom bij de voordeur.

Het gebouw voelt gelijk veilig aan. Alles is veel kleiner dan het grote Bernardinus college te Merkelbeek. Bovendien kunnen hier maar maximaal 20 juvenisten verblijven. Eigenlijk kom ik op een privé kostschool.

Gelukkig ben ik niet de enige nieuwe juvenist. Hub Curfs uit Gulpen, Jos Gierveld uit Wierden, (Twente) en Thomas uit Nijmegen.

Tim Besten uit Haarle,( Overijssel) is al meerder jaars en maakt ons wegwijs in het gebouw en regelgeving. Tussen hem, Hub en mij ontwikkeld zich in de jaren die volgen een hechte vriendschap.

Voor het eerst in mijn leven krijg ik een eigen slaapkamertje met een gordijn als deur. Ook nu instaleer ik als eerste Moeke met vaasje en tulpen, dit geeft direct een beetje een thuisgevoel.

Vrije schoolkeuze heb ik niet van mijn vader gekregen na het seminarie debacle.

Het wordt geen ULO maar een ambachtelijke vakopleiding tot elektricien voor het geval dat het weer fout gaat zodat ik financieel in staat ben een bijdrage te leveren aan het gezinsinkomen.

Met mijn studie mag ik in het tweede leerjaar aanvangen.

De sfeer en mentaliteit op school vind ik ruw, bovendien leer ik in korte tijd erg veel schutting woorden. Dit gaat sneller dan Latijn en Frans.

Het vak zelf vind ik boeiend maar de logica in de praktijk ontgaat me af en toe. Menig maal voel ik hoe 220 volt staande op een houten vloer aan voelt.

Advertenties