kunstgebit.jpg

Iedere ochtend en avond krijgen de mondjes van Marijke en mij een schrobbeurt.

Tijdens de nachtelijke uren genieten die van mij van rust.

Wel heb ik het gevoel dat ik iedere avond een stukje ” ik” voor een nacht begraaf, maar dan wel op sterk water. Bovendien wen je geleidelijk aan een stukje begraven, maar dan wel bovengronds.

Gecremeerd heb ik beide delen nog nooit, dit jaagt alleen maar op kosten.

Wel krimpt mijn kop iedere nacht tijdelijk in, maar dat heb je met de dood voor altijd.

Bijzonder is, dat ik die twee delen verfrissend de volgende ochtend weer tot deelgenoot van mijn lijf maak, en mijn hoofd weer tot dagvolume komt.

Slissen tijdens de nacht doe ik beperkt, maar dan droom ik.

Wel snurken, maar daarvoor heeft Marijke oordempers.

Met niesbuien moet ik oppassen. Eenmaal stond ik tijdens het eerste jaar met mijn gebit bij een receptie tijdens een niesbui met een mond leeg zonder tanden. Ze werden als een raket gelanceerd.

De dame die tegenover me staat raapt beide delen met servertje op en vraagt aan mij. Is dit uw gebakje meneer?

Natuurlijk slis ik.

Zij overhandigd mij beide delen conversatie en schuift haar bovengebit al goochelend naar buiten.

Wij zijn lotgenoten zegt zij, maar het grootste geheim zit echter in de tandarts rekening, die is nul sinds 2000.

Ik stop al mijn aaneen gesloten tanden en kiezen zonder Rob de Nijs spleetje weer in mijn mond, en bedank haar vriendelijk.

Toch kan het niet nalaten in duidelijk Nederlands tegen haar te zeggen.

“Geef mij maar het gebit van Marijke mijn vrouw”.

Advertenties