Tussen 1970 (24) en nu 2008 (61) liggen 38 jaar. Die gems van toen zet nu zijn voeten neer als een ervaren alpenkoe zonder eeuwig luidende bel, rustig en ondersteunt door twee moderne Lekie bergstokken.

Zeven huttochten zijn in al die jaren aan mij voorbij getrokken met onderbreking. 

Mijn medelopers waren met uitzondering van de laatste twee tochten in het Karwendelgebergte allemaal verschillende personen. Ieder tocht gaf hetzelfde wij en vriendschapsgevoel.

Echter in Nederland hebben we geen bergen, dus verdwijnt dit gevoel via werk en prive leven weer snel, met uitzondering van onze kookvrienden.

Dag- en fotoboeken uit vervlogen jaren in de herfst roepen dan even gezeten naast de openhaard de warmte van de tegelkachel in een hut weer op.

De tochten met mijn dochter Evelien (16), (1999)  Karwendel, Oostenrijk, en zoon Doeko, (24) 2001, Annapurna, Nepal, blijven mij qua warmte op het netvlies het meest nabij.

Beide zijn inmiddels ruim volwassen en hun uiterlijke verandering is sneller gegaan dan het gesteente in de bergen. Dit vind ik prettig, immers zij beginnen qua schoonheid steeds meer op mij te lijken.

Daar kan geen berg tegen op.

Advertenties