2008-0807-de-maas-065

Trots staat zij op het dek (84) en ziet de golven van haar jeugd  als schipperskind aan zich voorbij glijden.

Nee, ik ben niet geboren op “Jonge Jan” onze boot zegt ze.

Moeder kon immers niet zwemmen, laat staan daar willen bevallen.

Zij koos voor het warm nest van mijn groot ouders Markus.

Ja jongen (62) vervolgt ze. Vier jaar haalde ik als enig kind met mijn ouders het zwarte goud tussen Luik, Maastricht en Stein naar Noord-Holland. Wat zal ik vaak zwarte pietje geweest zijn.

Herinneren doe ik deze vaart niet meer, maar ik ken wel de verhalen van mijn ouders.

Vader vertelde er zoveel over,terwijl voor ons een schip geladen met eier kolen naar Luik af glijdt.

Een ode aan hem zou zijn een schilderij van mijn nichtje Ans, maar zucht ze, nichtje Ans schildert weefsels voor de ogen en dan heb je als boot al gauw een aanvaring.

Op aandringen van mijn moeder is vader kolenboer geworden. Een zwaar beroep met dat zakken gesjouw.

Hij deed altijd zo veel hoesten en dat is zijn dood geworden, waarschijnlijk stoflongen.

Mijn herinneringen heb ik als enig kind in mijn jeugd weinig met andere kunnen delen. Je weet jongen, ik vertel graag, maar mijn verhalen vond men nogal overdreven en toch was het waar.

Als ik terug kom na een cigaartje roken vanaf het buitendek is schoonmoeder druk in gesprek met zes Limburgse jeugdvriendinnen nabij de 60. Alle dames hebben groot plezier inclusief schoonmoeder.

Meneer zeggen ze, deze mevrouw heeft er samen met haar ouders wel voor gezorgd dat de kachels bij ons thuis bleven branden ook al weten wij daar niets meer van.

Klopt beaam ik, dit geldt vooral voor haar ouders. 

Schoonmoeder heeft  de boot van haar ouders vier jaar als speeltuin ervaren, maar wat is het meest spannend?

Een schommel op het gras of een schommel op een boot?

Advertenties