You are currently browsing the category archive for the ‘reisverslagen’ category.

Lees de rest van dit artikel »

 2008-0807-de-maas-065

Trots staat zij op het dek (84) en ziet de golven van haar jeugd  als schipperskind aan zich voorbij glijden.

Nee, ik ben niet geboren op “Jonge Jan” onze boot zegt ze.

Moeder kon immers niet zwemmen, laat staan daar willen bevallen.

Zij koos voor het warm nest van mijn groot ouders Markus.

Ja jongen (62) vervolgt ze. Vier jaar haalde ik als enig kind met mijn ouders het zwarte goud tussen Luik, Maastricht en Stein naar Noord-Holland. Wat zal ik vaak zwarte pietje geweest zijn.

Herinneren doe ik deze vaart niet meer, maar ik ken wel de verhalen van mijn ouders.

Vader vertelde er zoveel over,terwijl voor ons een schip geladen met eier kolen naar Luik af glijdt.

Een ode aan hem zou zijn een schilderij van mijn nichtje Ans, maar zucht ze, nichtje Ans schildert weefsels voor de ogen en dan heb je als boot al gauw een aanvaring.

Op aandringen van mijn moeder is vader kolenboer geworden. Een zwaar beroep met dat zakken gesjouw.

Hij deed altijd zo veel hoesten en dat is zijn dood geworden, waarschijnlijk stoflongen.

Mijn herinneringen heb ik als enig kind in mijn jeugd weinig met andere kunnen delen. Je weet jongen, ik vertel graag, maar mijn verhalen vond men nogal overdreven en toch was het waar.

Als ik terug kom na een cigaartje roken vanaf het buitendek is schoonmoeder druk in gesprek met zes Limburgse jeugdvriendinnen nabij de 60. Alle dames hebben groot plezier inclusief schoonmoeder.

Meneer zeggen ze, deze mevrouw heeft er samen met haar ouders wel voor gezorgd dat de kachels bij ons thuis bleven branden ook al weten wij daar niets meer van.

Klopt beaam ik, dit geldt vooral voor haar ouders. 

Schoonmoeder heeft  de boot van haar ouders vier jaar als speeltuin ervaren, maar wat is het meest spannend?

Een schommel op het gras of een schommel op een boot?

Heerlijk met kookvrienden in de nabijheid van Coo in ons vakantie huis.

Ontwaken en uit het raam kijken met een grazend ree in je achtertuin voor drie dagen. Door de nevel de flanken van het laaggebergte langzaam tot een schilderij zien komen.

Indiaantje spelen met pijl en boog en hoog boven je de wilde zwijnen al stoeiend en knorrend met modder zien spelen.

Afvaren met een kano over de wilde rivier, het ultime los laten.

Op de klippen lopen bij een waterval, drijfnat.
Je gebit bijna mee gesleurd door het klappertanden zonder kukident hechting.

De vol gelopen kano door een jonge Belg aan de kant laten sleuren. Wat ben ik je dankbaar, of je Vlaam of Waal bent maakt niet, maar ik verstond je wel en dit tegen de stroom in.

De aangrenzende bewoners vragen of ik met hun goed vinden de lege gele banaan via hun achtertuin naar de weg mag sleuren.

Verkleund onder een mager zonnetje bij de bushalte besluiten zal ik terug lopen of naar het eindpunt gaan, niet wetend waar het ligt.

Mijn intuitie, en daar vertrouw ik op, zegt, warm blijven Jo.

Volg de rivier met de stroom mee, want je kookvrienden willen wel  warm met je koken maar het zijn geen mensen die in dit geval een te koud handvat vatten.

Lopend  als een schichtig hert naar de bron vlucht ik met regelmaat het struikgewas in. Motorrijders hebben hier monopolie.

Na zeven kilometer, hoor een auto toeteren en stoppen, vlak voor het kruispunt waar ik vanaf  de weg de rivier niet meer kan volgen.

De verlossende Engel spreekt, meneer u hoort met uw eigenwijs haar tot mijn kano groep, stap in.

Gezeten in haar auto doe ik mijn grijze bedpantoffels uit.

De Engel spreekt, wel heel bijzonder dat u op pantoffels door de Ardennen struint.

Ik geef haar gelijk, maar mijn wandelschoenen zijn droog gebleven.

Mijn pantoffels heb ik na 10 jaar bij de Belgen gelaten. 

Inmiddels loop ik tot grote vreugde van mijn vrouw Marijke op eigentijdse blauwe instappers.

Los laten is een proces , maar als de natuur helpt kan het zeer snel gaan.

Tussen 1970 (24) en nu 2008 (61) liggen 38 jaar. Die gems van toen zet nu zijn voeten neer als een ervaren alpenkoe zonder eeuwig luidende bel, rustig en ondersteunt door twee moderne Lekie bergstokken.

Zeven huttochten zijn in al die jaren aan mij voorbij getrokken met onderbreking. 

Mijn medelopers waren met uitzondering van de laatste twee tochten in het Karwendelgebergte allemaal verschillende personen. Ieder tocht gaf hetzelfde wij en vriendschapsgevoel.

Echter in Nederland hebben we geen bergen, dus verdwijnt dit gevoel via werk en prive leven weer snel, met uitzondering van onze kookvrienden.

Dag- en fotoboeken uit vervlogen jaren in de herfst roepen dan even gezeten naast de openhaard de warmte van de tegelkachel in een hut weer op.

De tochten met mijn dochter Evelien (16), (1999)  Karwendel, Oostenrijk, en zoon Doeko, (24) 2001, Annapurna, Nepal, blijven mij qua warmte op het netvlies het meest nabij.

Beide zijn inmiddels ruim volwassen en hun uiterlijke verandering is sneller gegaan dan het gesteente in de bergen. Dit vind ik prettig, immers zij beginnen qua schoonheid steeds meer op mij te lijken.

Daar kan geen berg tegen op.

Een week na moederdag belt ma (83) ons in het Zeeuwse Sluis waar wij bij boerderij Polderzicht kamperen.

Trots vertelt zij, kinderen wat heb ik een geweldige moederdag bij jullie gehad.

In de Libelle las ik gisteren dat jullie mij mee uit dineren genomen hebben naar het meest beroemde restaurant van Sergio Herman in Sluis.

Voorzichtig probeer ik moeder aan te geven dat we lekker gegeten hebben in de tuin van restaurant De Tol in Sluis honderd meter verwijderd van Belgie. Echter schoonmoeder is in woorden niet te stuiten laat staan om te luisteren.

Het biefstuk vervolgt zij was overheerlijk en die tuin, wat een juweeltje.

Ik herinner mij het biefstuk anders, ma had nogal wat moeite om haar protheses op de juiste plek te houden maar de tuin was mooi.

Beide zoons heeft zij al gebeld. Haar oudste reageert nogal gewoontjes, maar zegt ma, die komt meer in doorsnee eetcafees.

De jongste met horeca verleden reageert zeer uitbundig. Ma, dan heb je in het meest exclusieve restaurant van Nederland gegeten. Zo is dat jongen beaamt moeder.

Verdere pogingen mijnerzijds om moeder vanuit de hemel weer op aarde te zetten zijn te vergeefs.

Marijke en ik besluiten haar bij die hemelse sterren te laten rusten maar vragen ons wel af hoe we komende jaren moederdag van 2008 kunnen overtreffen?

Of toch restaurant Oud Sluis al vast benaderen, wie weet?

eifeltoren2.jpg

Zo verblijf je nog in Berlijn en zo zit je op tweede kerstdag in Parijs. De verjaardagsverrassing voor Marijke.

Ja verplaatsen gaat steeds sneller.

Hoe anders moet dit geweest zijn voor mijn ouders. Mijn moeder is nooit verder gekomen dan het bedevaartsoord Banneux in Belgie vlak over de grens en voor mijn vader was de bustocht naar de Expo-wereld tentoonstelling in 1958 te Brussel een wereldreis.

Parijs aan doen is mijn derde bezoek aan de stad over een periode van ruim 36 jaar. Het eerst in 1971 Voor Marijke, is dit de eerste keer.
Logisch ga je dan langs die bezienswaardigheden die het meest bekend zijn.

Toch is het ook voor mij deze keer anders. Parijs in de winter bezoeken heeft veel meer met kunstlicht te maken. Alle bekende bouwwerken staan in de avond in een zee van licht en dat heeft iets magisch.

Daar tegenover staat dat in de zomer mensen flaneren, pick-nicken en de liefde al of niet bescheiden bedrijven in parken.

Om 0.5.30 uur vertrekt de bus vanuit Eindhoven om vervolgens in een bewolkt Parijs om 13.00 uur aan te komen.

Onze wandeling begint op Place de la Concorde. De obelisk, 23 meter hoog en bedekt met hieroglyfen uit de 3300 jaar oude tempel van Luxor te Egypte staat er prominent.

Jammer vind ik dat het reuzenrad voor de obelisk hem overschaduwd. paris-010.jpg

Gewapend met kleine rugzak lopen we via het plein concorde.jpg richting La Madeleine kerk.

Hongerig als we zijn gebruiken we tegenover de kerk onder warmte lampen van Brasseri Le Colibri buiten onze warme maaltijd voor € 50.50. colibri.jpg
Marijke gegrild biefstuk en ik lamscarbonades. Naast ons gezeten veroberd een Spaans echtpaar met dochter, oesters met friet. Verschil moet er zijn, maar zij eten uit twee borden en dat scheelt in prijs.
madeleine.jpg
La Madaleine kerk dateert uit 1764. Zij is gebouwd naar het voorbeeld van een Griekse tempel en wordt omgeven door 52 Corinthistische zuilen.

Binnen heerst een serene rust. Er staan vele mooie beelden,waar onder de doop van Jezus door Johannes de Doper, mijn patroon heilige. De kerk is rijk versierd met marmer en goud.

De bronzen deuren met bas-reliefs van de Tien Geboden en de voorstelling van het Laatste Oordeel zijn indrukwekkend.

Wij vervolgen onze weg richting Opera. De bouw ging in 1862 van start en duurde ruim 13 jaar. Het gebouw is rijkelijk versierd en heeft iets weg vanuit een kluiten gewassen taart.
paris-opera.jpg
Binnen gaan we niet verder dan het marmeren trappenhuis, daar elke vervolg stap geld kost.

Het warenhuis Galeries Lafayette doen we niet aan. Echter de tallose etalages zijn door al die bewegende nepdieren en voorwerpen ook even het kijken waard. galeries-lafayette.jpg

Via de Rue de la Paix komen we op Place Vendome. De winkels die het plein omringen zijn nagenoeg allemaal juweliers zaken. Sierraden van om en nabij €11.000 zijn geen uitzondering.

Napoleon kijkt vanaf zijn zuil opgebouwd van al het veroverde brons tijdens zijn veldslagen vanaf grote hoogte op het midden van het plein neer op al dit glitter en de rijke der aarde. Hij had er ongetwijfeld een graantje van mee willen pikken. vendome.jpg Ook hij heeft niet verwacht dat Prinses Diane 10 jaar geleden de achteruitgang van hotel Ritz zou nemen. ritz-hotel.jpg Met belangstelling bekijken Marijke en ik op gepaste afstand naar de gaande en komende gasten. Wij beseffen dat het aan komen met bus vanavond bij het Hilton hotel anders zal zijn.

Met pijn aan onze ogen nemen we in Rue Castiglone in een Brasserie een drankje om onze indrukken te delen.

Hierna op naar Jardin des Tuileries. jardin-des-tuileries.jpg Deze tuin is in de 17de eeuw aangelegd bij het oude Palais de Tuileris. De tuin ligt tussen het Louvre en het Place de la Concorde.

Het museum Louvre bezoeken we niet, daar zijn twee dagen Parijs te kort voor.

Bovendien heb ik de Mona Lisa al een keer in lange wachtrijen kunnen aanschouwen. En eerlijk ze viel me tegen. Het schilderijtje heeft amper afmetingen, hangt achter kogelvrij glas en wordt bewaakt als een Amerikaanse president.

Het Louvre als gebouw oogt veel imposanter. louvre.jpg

Buiten lucht maakt hongerig en we besluiten aan de Avenue Des Champs Elysees een hapje te gaan eten.

Deze straat is ruim 3 km lang en het eerste gedeelte bestaat alleen uit bomen en eetkraampjes. Er ontstaat halverwege enige discussie tussen man en vrouw, doorlopen of terug gaan. Het wordt? Goed geraden.

In de buurt van Place De La Concorde gebruiken we een broodje en nemen de helft mee gewikkeld in servet voor vanavond in ons hotel.

Om 19.00 uur begint de bustocht door een verlicht Parijs langs alle hoogte punten.

Parijs in de avond is een sprookje. Eindhoven kan als lichtstadje hier nog wat van leren. De energie verspilling laat ik buiten beschouwing.

Via de Avenu Du Galland rijden we richting Hotel Des Musee De L’ Armee. Dit legermuseum bezit een van de grootste en meest complete collecties op het gebied van wapens. Nee trots ben ik hier niet op. Napoleon stierf hier in 1821 en ligt hier begraven. hotel-des-invalides.jpg

De Eiffeltoren wordt even met een stop aangedaan. Buiten de bus lopen talloze negers met lichtgewicht plastic Eiffeltorentjes in allerlei kleuren ledverlichting opgedrongen te venten.

Dit ijzeren symbool van de stad werd gebouwd voor de Wereldtentoonstelling van 1889 door Gustave Eiffel. De stalen ros is 320 m hoog. Bij avond gaan een keer per uur 20 min alle witte Philips ledlichtjes aan, facinerend.

De toren weegt 10.100 ton, bestaat uit 18.000 staven ijzer en is vastgezet met 2.5 miljoen klinknagels. Op een warme zomerdag zet de toren 15 cm uit en bij harde wind slaat hij nooit meer dan 7 cm uit.
Jaarlijks gaan er tonnen verf op voor onderhoud en vinden talloze arbeiders en bedrijven hier een bron van inkomsten.

Bijna aan gekomen bij de Arc De Triomphe, raken we in een rage bol van auto’s. Onvoorstelbaar dat een bus hier veilig door heen laveert. arc-de-triomphe.jpg Twaalf wegen komen hier centraal samen en alle verkeer van rechts heeft voorrang.

De bomen aan Avenue Des Champs Elysees lijken net als Unter der Linden in Berlijn allemaal in kerstbloei te staan, met als eindpunt in beide steden een reuzenrad, al vind ik dat van Berlijn kleurrijker.

Ook de bus doet Place du Verdone aan om vervolgens door te rijden naar het Hilton hotel vlakbij de luchthaven Orly. hilton.jpg

Na enig geklungel met de magneet kaart komen we onze kamer binnen. Marijke stort zich onder het genot van een klein flesje rose in bad en ik nuttig rode wijn achter de t.v. paris-011.jpg

We hebben een zalige nachrust op deze tweede kerstdag en vallen als herder en herderinntje in slaap, al liggen we niet in een stal.

De volgende ochtend neem ik om 0.7.30 uur een uitgebreid bad, dit tot verrrassing van Marijke.

Het ontbijtbuffet overtreft mijn Franse verwachtingen. Een stokbroodje met koffie en jam had ik verwacht.

Echter niets is minder waar. Het buffet bestaat uit hartig en zoet, warme en koude gerechten, vlees, vis, kaasjes en fruit. Kortom de hof van Eden.

Om 0.930 vertrekt de bus naar het centrum. Halverwege Des Chaps-Elysees vangt onze volgende voettocht aan.

Mensen kijken is hier een genot, af en toe aanschouw ik een winkel, maar telkens zeg ik tegen Marijke, laten we maar snel door lopen schat gezien de prijzen in me opnemend.

De Arc de Triomphe blijft een hoogtepunt. Het is de beroemdste triomfboog ter wereld. Hij werd gebouwd in 1806 en is 50 meter hoog. Hij werd in 1836 voltooid. Het tempo ging met Franse slag, maar het resultaat mag er zijn. Vreemd dat alles wat hoog is mannelijk wordt uitgedrukt. paris-014.jpg

Onder de boog brandt de eeuwige vlam onbende-soldaat.jpg
op het graf van een onbekende soldaat uit de eerste wereldoorlog, hij is hier begraven op 11 november 1920. De vlam wordt altijd om 18.30 uur symbolisch aangestoken. paris-017.jpg

Terug lopend over de Elysees gebruiken we voor €11 een kop koffie. Moet kunnen met zo’n uitzicht op De Arc.

Om 13.00 uur gaan we op de boot voor een tocht over de rivier De Seine. Mooi en lelijk tegelijk, ootmoedig en toch ook weer rijk.

We gaan aan boord vlakbij de vrijheidsvlam. De vlam staat op de rechteroever van Pont l’Alma sinds 1987 en is ter nagedachtenis aan de honderd duizenden soldaten die tijdens de eerste wereldoorlog (1914-1918) gesneuveld zijn.

Onder deze brug verongelukte prinses Diana met haar vriend Dodi en chauffeur in de tunnel 10 jaar geleden.

Sindsdien is de vrijheidsvlam een officieus gedenkteken voor haar en liggen er bloemen en gedenkbriefjes. vrijheidsvlam.jpg

Jammer dat de oorsprong van de vlam hierdoor overschaduwd wordt.

Nabij de stad Nevers kwamen we afgelopen zomer in een gehucht waar de namen van 26 boerenzoons op een granieten zuiltje vermeld staan.
Allemaal gesneuveld in de eerste wereldoorlog. Het moet een rip uit het lijf geweest van deze kleine gemeenschap.

Ja, t.v. en een dode prinses kunnen veel uit vergroten, echter de vele duizenden doden mogen we niet vergeten.

Lelijk is de Seine vanwege de armoe van de vele clo-chards die onder de bruggen of op de warme uitblaasroosters van de metro op kartonnen dozen met hun slaapzak de nacht weer moeten door brengen in een ijzige wind. paris-040.jpg zwerver-1.jpgzwerver-1.jpg Sommige foto’s moet je dan ook dubbel laten zien. Immers de blik van een mens gaat snel.

Rijk is de Seine aan zijn talloze bruggen, stuk voor stuk monumenten. Een klein overzicht.
paris-020.jpg paris-021.jpg paris-023.jpg paris-031.jpg paris-047.jpg

Voorbij de Notre-Dame varen en deze niet zien overkomt maar weinig mensen. Marijke is echter zo druk met SMS berichtjes naar haar dochter te versturen vanwege het krijgen van een baan, dat zij de maagd Maria en de sacramenten aan zich voorbij laat glijden.

Toch heb ik in een trotserende wind de volgende beelden voor haar vastgelegd. paris-034.jpg paris-038.jpg paris-036.jpg De eerste steen voor de bouw van de kerk werd gelegd door paus Alexander III in 1163. Over de bouw is ruim 170 jaar gedaan.

De Eiffeltoren vanaf het water aanschouwen levert ook mooie beelden op. paris-049.jpg paris-044.jpg paris-053.jpg

Onze laatste tocht gaat naar de Sacre-Coeur. Via de Boulevard de Clichy met zijn talloze sextheaters en revues.
Hier heb ik tijdens mijn eerste bezoek (1971) voor fl.12.50 aan een glaasje ranja met ijsblokje genipt.
Nee, dat was niet in de Moulin Rouge moulinrouge-1.jpg met zijn beroemde Can,Can moulin-2.jpg gedanst door 32 dames. Maar besef wel hier staan 64 benen.

Om bij de basiliek te komen op 130 meter hoogte moeten eerst talloze trappen genomen worden. Vanaf het hoogste punt heb je een prachtig uitzicht over heel Parijs.

Hongerig als we zijn doen we eerst montmatre aan om op Place du Tetre in een gezellig restaurantje onze warme maaltijd te gebruiken. Heerlijke carnard bereidt in sinaasappelsaus met gegrilde aardappelgarnituur voor €64, inclusief twee glaasjes vin rouge.

Place du Tetre wordt overspoeld door toeristen, schilders- portretschilders- portretknippers en cartoontekenaars.

In 1971 heb ik (25) dit portret laten knippen. Mijn haar is nu wit in tegenstelling tot toen. Het is ook dunner. Wel ben ik wijzer geworden. Mijn kinderen vinden meer eigenwijzer.
knipsel.jpg Ondanks alle drukte heeft het pleintje tot op de dag van vandaag uitstraling. paris-056.jpg

De Sacre-Coeur, ook wel suikerkerk genoemd staat op het hoogste punt van Parijs. Het is een monument voor de 58.000 Franse soldaten die in de Frans- Duitse oorlog (1870-1871) het leven lieten. De bouw van de kerk werd voltooid in 1923. sacre-coeur-2.jpg

Veel tijd om de kerk uitvoerig te bezichtigen hebben we helaas niet meer daar we om 16.50 uur bij de bus verwacht worden.

Om 17.00 verlaten we Parijs en arriveren moe maar voldaan en met een jarige Marijke om 0.30 uur in Geldrop.

De reis is iets anders verlopen dan naar Vianden in de Ardennen.

brandenburger-tor.jpg Op de voorgrond zittend in auto van links naar rechts: President Kennedy, VS. Willie Brandt, burgemeester van Berlijn, Adenhouwer, eerste bondskanselier van het naoorlogse West-Duitsland.
Op de achtergrond de Berlijnse muur. De Tor lag toen in de voormalige DDR en was voor het vrije westen niet toegankelijk. Deze foto werd gemaakt 17 juli 1963, ik was toen 16 jaar.

Kennedy sprak toen voor het Rathaus Schoneberg het volk toe met de legendarische woorden: “Ich bin ein Berliner”.

Vanmorgen om 10.00 uur vanaf de Stralouwer Allee 17 a nabij de wijk Treptower waar mijn zoon Doeko en zijn vrouw Stella in een flat na twee en een half jaar nog een dag wonen met de metro naar Unter den Linden.
Hier begint mijn wandeling.

Staande onder de Branderburger Tor trekt de geschiedenis van de stad aan me voorbij. Vorsten, staatslieden, militairen, demonstranten en touristen: allen zijn wel of niet gescheiden door de muur bij de poort geweest. Zo ook ik menigmaal, maar wel in vrijheid.

Het beeld met vredesgodin Quadriga staande in haar strijdwagen voort getrokken door drie paarden verheft zich 6 meter boven de poort.

Vreemd genoeg is zij in de geschiedenis van de stad het middelpunt geweest van veel oorlogsgeweld. Waarschijnlijk had zij zoveel uitstraling dat haar het lot van een bom bespaard is gebleven.

Lopend over de Unter der Linden passeer ik de Franse, Amerikaanse en Russische ambassades. Allen werden tijdens de Tweede Wereldoorlog verwoest en zijn op de Russiche ambassade na, pas na de val van de muur herbouwd.

De Linden aan beide kanten van de laan zijn ter gelegenheid van het naderend Kerstfeest opgetuigd met lichtslangen hetgeen in de avond een feoriek schouwspel biedt. unter-di-linden.jpg

De gebouwen langs Unter der Linden zijn in harmonie een mengeling geworden van historie en moderne architectuur zonder elkaar geweld aan te doen.

De winkels en hotels zijn chic, dit geldt ook voor de prijzen. Toch kan ik het niet na laten in de lobby van hotel Adlon Berlin een kop koffie te drinken. hotel_adlon_berlin.jpg

In een periode van 10 jaar heb ik Berlijn als grootste bouwput van Europa in rap tempo zien veranderen, het meest indrukwekkend vond ik de bouwwerkzaamheden bij de Postdamer Platz.
Maar men is nog steeds niet uitgebouwd.

Nabij het Adlon hotel bezoek ik het Holocaust- Denkmal. Het monument opgeleverd in 2005 bestaat uit donkere grijze zuilen met variabele hoogte ( tot 2 meter). De zuilen staan symbool voor de zes miljoen joden die omkwamen. gedenk-monument.jpg

Kinderen spelen er tussendoor verstoppertje. De een zal zeggen schande. Ik zie het als hoop op een ongecompliceerde jeugd.

Kijken, kijken en vooral niet kopen is mijn slogan in deze winkellaan. Ik vergaap me samen met vele anderen aan de duurste personen auto’s ter wereld.

Echter ook de kerstgroepen met stal in de etalages roepen in prijs meer het Hilton hotel op dan de stal in het veld, even buiten Bethlehem.

Voor Bethlehem moet je in de wijken Kreuzberg of Neukolln zijn. In deze laatste wijk is zelfs school bewaking ingesteld.

Aan de linkerzijde passeer ik het Deutsches Historisches Museum. 800px-deutsches_historisches_museum_vom_dom_04_04.jpg

Dit museum ging in 2003 weer open en biedt ruim 1000 jaar Duitse geschiedenis. In januari 2007 heb ik hier een dag door gebracht, zeker het bezoeken waard. Het is het oudste gebouw van Berlijn genaamd Zeughaus daterend uit 1706.

Iets verder op ligt rechts de Staatsoper Unter den Linden. In januari waren de restauratie werkzaamheden nog in volle gang. Nu ligt dit neoklassieke bouwerk uit 1741 er weer herboren bij.

De voorgevel van de Humboldt- Universiteit ( 1890) om de hoek ligt verscholen achter een posant groot reclame doek van een of andere auto fabrikant. De restauratie is in volle gang.

Overigens valt me op dat ter afscherming overal waar restauratie plaats vindt enorme doeken met slanke dames in schaarse lingerie je toe schreeuwen en de stijgers met bouwvakkers verbergen.

Voor de gemeente Berlijn zijn deze reclame doeken een belangrijke bron van inkomsten voor de restauratie. Immers 600 vierkante meterdoek levert € 205.000 op.
Voorwaarden is wel dat de restauratieplek centraal gelegen moet zijn en dat er dagelijks veel bezoekers aan voorbij trekken.

Aangezien Berlijn nog genoeg cultuurmonumenten heeft te restaureren is deze tijdelijke reclame een welkomme bron van inkomsten en oogt het ook mooier dan die groene afdekdoeken.

Op de Bebelplatz kan ik het niet na laten het ondergronds monument met de lege boekenkasten door het glas nog een maal te bekijken. Juist die leegte tussen de planken stralen zoveel symboliek uit. buecherverbrennung_denkmal_bebelplatz_berlin.jpg

Op dit plein vond in mei 1933 de beruchte boekenverbranding door de nazi’s plaats. Het monument maakt je door zijn eenvoud stil.

Voorbij het plein verandert de stad in een Alpendorp. Hier begint de Weinachtsmarkt. weinachtsmarkt.jpg Honderden houten verlichte minie Alpenhuisjes verscholen tussen dennenbomen tonen er hun koopwaar.

Opvallend is het aantal eet- en drinkgelegenheden. De aangelegde ijsbaan in het midden is vooral vertier voor kinderen.

Gluwein, pullen bier en braadworsten in alle soorten en maten gaan om 11.00 uur als broodjes over de toonbank. Ik moet er op dit tijdstip niet aan denken zo’n vette hap te nemen.

Een schouwspel is het wel, dit geldt voor de aangeboden koopwaar maar ook voor het passerend publiek, dat ik gezeten achter een kop gluwein bekijk.

Ook hier komen Maria-Magdalena’s voor, een zigeunerin met hoofddoek en zogend kind aan de borst weet mij als Hollander er vlekkeloos uit te plukken voor € 1.

Inmiddels is het 13.00 uur, tijd om verder te gaan.

De St- Hedwigskathedrale, de zetel van het aartsbisdom Berlijn uit 1740, houd ik voor gezien. Immers ook deze kerk heb in januari al bewonderd.

Aan de overkant van de rivier De Spree begint de volgende Kerstmarkt, nu gecombineerd met een kermis.

“Stille Nacht, Heilige Nacht”, gaan hier samen zij aan zij met “Dans tich mit mir in de morgen”.

Het reuzenrad met verrassende verlichting en de ketting carroucel maken duidelijk dat het geen stille nacht zal worden.

Op weg naar Alexanderplatz met zijn imposante Berliner Fernsehturm (365 meter hoog en daarmee het hoogste gebouw van de stad) die je uit alle hoeken van Berlijn kunt zien straalt nog de grootsheid uit van de voormalige DDR.

De toren gebouwd tussen 1965 – 1969 moest de ” hoofdstad” Oost- Berlijn uit dragen. Nog steeds draagt die toren iets uit, voor mij vooral als kompas. berlijn-2005-010.jpg

Even twijfel ik of ik het draaiend restaurant tegen betaling zal bezoeken, immers je kijkt 40 km ver in de omtrek en de heldere lucht vandaag vormt geen belemmering. Echter die dure kop koffie nekt me.

Het Alex-plein zoals de Berlijners dit liefkozend noemen is bij lange na nog niet het vroegere hart van de stad weet een 75 jarige man mij te vertellen. Ik geloof hem, want hij heeft er als kind gespeeld.

Wel wordt er hard gewerkt, de inmiddels uitgeklede voormalige regeringsgebouwen van de DDR krijgen een face-lift. Het drilgeluid van de boren knalt dan ook om je oren.

Gezeten in het gelijk namige Berliner Rathaus restaurant met uitzicht op het rode stenen stadhuis gebouwd in 1861 gebruik ik in een uitgeholde roggebrood bol een kop goulaschsoep.

Zeer smaakvol en origineel.

Lopend over de Stralauwer Strasse passeer ik de Nederlandse ambassade. nederlandse-ambassade-berlijn.jpg Een mooi bouwwerk.
Echter ook hier weer meters doek reclame gesponserd door het Nederlands bedrijfsleven.

Waarom geen kunst tulpen verlicht met ledlichtjes van Phillips op de voorgrond die in de avond van kleur veranderen?

Zodra de Stralauwer Strasse overgaat in de Spandauwer Strasse voel en zie ik dat ik het oude Oost- Berlijn nader.

De flatgebouwen worden steeds grouwer. Niet dat hier geen bouwactiviteiten plaats vinden, maar duidelijk is dat het centrum prioriteit heeft gehad sinds de val van de muur.

Zo zijn en worden de voormalige pakhuizen gelegen aan De Spree in hun oorspronkelijke bouw gerestaureerd. De muziekzender MTV is er gehuisvest en vele panden hebben een kantoor, restaurant of cultuur functie gekregen.

Aan de overkant wordt een monumentaal cultuur centrum gebouwd. Ja alles gaat hier in overtreffende trap.

Sanitaire gelegenheden zijn er niet in deze Strasse. Echter een aantal ruwe granieten zuilen die een kunstwerk moeten voorstellen geven mij rugdekking en weer lucht.

Dit laatste heb ik ook wel nodig, want ik nader het grootste over gebleven stuk muur van ongeveer 1 km. de-muur.jpg
In de nacht van 12 augustus 1961 werd met de bouw begonnen. Voor de inwoners van Berlijn moet dit de meest traumatische gebeurtenis geweest zijn. Hele families werden door beton 30 jaar van elkaar gescheiden en meer dan 100 mensen verloren tijdens een vluchtpoging het leven.

Ik realiseer me dat mensen tot op de dag van vandaag hier weinig of niets van geleerd hebben. In het Midden- Oosten herhaald zich de geschiedenis vanuit het Westen.

Langs de muur wandel je niet. Langs deze muur slenter ik. Dit betonnen doek met zijn graffiti bewonder ik element voor element. Teksten en beschilderingen wisselen elkaar af. De kleuren zijn verbleekt onder de voortgang der jaren.

Als ik aan het einde kom haal ik opgelucht adem, wat een vrijheid heb ik altijd gekend.

Spandauwer Strasse gaat over in Stralouwer Allee. In de verte zie ik op het torenhoge kantoor gebouw in blauw de lichten van de Allianz branden. Vlakbij is mijn thuis haven voor de laatste nacht. Immers Doeko en Stella kijken vanuit hun woonkamer hier op uit.

Wel realiseer ik me, dit is nog 5 km lopen, dus tijd om hun wonen te evalueren.

Het flatgebouw ziet er uit als een robuust in het vierkant gebouwde bunker van zes hoog. Er is een centrale toegangspoort naar een mistroostig binnenhof. De ijzeren toegangspoorten knallen in de nacht met veel lawaai dicht.

Het wonen echter dit zonder lift op 5 hoog is geriefelijk. Dit voorrecht was vroeger voorbehouden aan partij ambtenaren van de DDR. Ook de huur is er naar Nederlandse maatstaven beduidend goedkoper.

Nee, aan ruimte, huurprijs en woongenot heeft het hen niet ontbroken. Dat deze wijk wel om renovatie vraagt mag duidelijk zijn. Echter Berlijn vraagt om geduld.

Aangekomen op mijn eindbestemming kan ik het niet na laten het aanstekelijk ontbijt cafe open vanaf 0.2.30 uur nog even aan te doen. Het ligt even voorbij hun woning op de hoek en tijdens mijn bezoeken ben ik er nog nooit binnen geweest.

Van buitenaf heeft het iets weg van de Wallen in Amsterdam. Blauwe en rode TL-verlichting markeren schuin voor de ramen de vensters. Binnen is het een orgie van posters. Dit langs wanden en plavond. Het lijkt wel ” Loesje” maar dan anders en minder gestructureerd.

Het tato gehalte onder de mannen ligt erg hoog. Vrouwen kom ik behalve de bediening niet tegen.
Toch geniet ik van dit cafe met zijn eigen uitstraling ook al wissel ik met niemand een woord.

Samen ga ik met een uitgeblust verhuisstel met taxi naar een eethuis om daar Berlijn afsluiten.

Nou ja afsluiten is te veel gezegd. De mensen achter Loesje blijven je als Sinterklaas ook in de nacht bij thuiskomst nog verrassen.

De volgende ochtend verlaten we in stromende regen om 0.7.15 uur Berlijn. Stella met de trein, Doeko en ik met boedelbak. Gebroken arriveer ik om 22.00 uur op mijn thuis haven, toch had ik mijn wandeling en alles er om heen niet willen missen.

Afscheid nemen van een thuis, warm logeeradres en plek waar je graag gewoond hebt betekent ook een beetje dood gaan.

Echter in Nijmegen wacht jullie hergeboorte, maak er samen iets moois van.

De chauffeur.

maria-lourders.jpg In de zomer van 1970 rond tourend met mijn vriend Ton door Europa, deden we met mijn citroen Ami Lourders per toeval aan.

Beide afkomstig uit een katholiek nest, hadden wij over de verschijning van de maagd Maria aan het arme houtsprokkelend en astmatisch meisje Bernadette in 1858 al veel gehoord. Na een opstekende bergwind verscheen Maria met rozenkrans aan haar.

Mijn vader bezocht in 1962 Lourders. Hij schreef in een brief toen ik verbleef op het juvenaat te Boxmeer in Brabant het volgende.

Lieve jongen,

Bij de grot waar Maria verschenen is, vind je geen enkel vogelpoepje en alle vogels zijn stil.

Zijn schrijven maakte grote indruk op me, immers een mus is nogal brutaal. Ook dit leek wel een wonder.

Het wonder van mijn vader vond ik tijdens mijn bezoek wel verklaarbaar. De directe omgeving van de grot is een groot zaaibed van brandend walm van kaarsen, en iedere vogel zou spontaan gegrild uit de lucht komen vallen.

Ook kon ik zijn vervolg tekst plaatsen dat bij de grot mensen door het zien van Maria spontaan flauw vielen. Aan koolmonoxide vergiftiging dacht mijn vader toen nog niet.

Ook ik kocht tijdens mijn bezoek een kaars van omvang. Niet met de bedoeling die bij de grot te laten branden, maar romantisch bij de tent.

Echter bij de grot stond in tich talen. Uw kaars zal branden in het loop der jaar. De inladers stonden met karretjes klaar om alles weer naar het verkooppunt te brengen.

Mijn weigering werd niet gewaardeerd. Immers die kaars was voor de maagd bestemd.

Als een soort kruisridder verlaat ik echter met mijn wassen zwaard onder de arm dit openlucht poppentheater.

Hoe anders ervaar ik mijn bezoek in juli 2007 aan het herders meisje Bernadette verbannen uit haar geboorte gehucht door de plaatselijke kerkleiders naar Nevers. In die tijd qua afstand verstoken van huis en haard.

Hier in de kloosterkapel heerst een serene rust. In eerste instantie denk je aan de Efteling maar die wel van het sprookjesbos van vroeger.

Bernadette, ongeveer 1.50 groot ligt als 35 jarige non en al 128 jaar dood, puntgaaf in een glazen kist. bernadette.jpg
Ze ziet er uit als Sneeuwwitje. Natuurlijk heeft nooit een prins een non proberen wakker te kussen, laat staan een lekenman net als ik.

Bovendien je komt er niet zo maar bij. Je moet eerst door een omheiming, daarna door het glas en haar gezicht en handen zijn afgedekt met een waslaag zodat je haar lippen moeilijk kunt bereiken. Nee, onbegonnen werk.

Medisch is haar lichaam door artsen drie keer onderzocht, in 1909, op 3 april 1919, en op 18 april 1925. Haar gaafheid blijft een wonder. Sinds Madame Tussaud is echter ook van mij een blijvende Jo te maken en onder een pij heb je geen zicht op botten.

Hoe het ook zij. Bernadette is sinds 1933 heilig.

Waar of niet waar?

Hier ligt mijn Sneeuwwitje, eenvoudig en alleen. Zij trekt meer bezoekers dan alle Tussaud musea’s waar ook ter wereld.

Immers het gaat hier niet om een popster maar om een boerenmeid uit een gehucht, net als het mijne, Spaans – Neerbeek maar dan aan de andere kant van de bergen.

Prachtig toch.

Wij lopen de route vanaf de Sint Pietersberg richting Pieterburen voor vijf dagen.

Het voelt niet zinvol aan vanaf het marktplein te Maastricht eerst naar de Sint Pietersberg te lopen. Maar op die berg van wat er nog over is, ligt nu eenmaal het start- of eindpunt.

Het zijn voor ons dus 4 kilometer die we twee keer afleggen. Daar staat tegenover dat we deze hystorische stad uit verschillende ooghoeken kunnen aanschouwen.

Harm wil ons gezeten achter een kop koffie op het markplein naar Itteren voeren. Maar Maastricht ken ik vanuit mijn wortels en dus staakt het politie onderzoek.
20070717jp-pieterpad-limburg-001.jpg
Bij het magere startpunt aangekomen, bestaande uit een zuil en een gedenkteken van iemand die daar het leven liet, gebruiken we ons brood en laten ons vastleggen op de foto door passanten. Ook zij liepen deze tocht, maar dan vanuit Pieterburen.

Het landschap tegenover de zuil boeit me meer. Je kijkt uit op de glooiende wijnhellingen van Slavante met zijn Apostelhoeve, en in mijn fantasie zie ik al een welgevuld glas voor me staan.apostelhoeve.jpg

De route die we lopen na de stadsgrens van Maastricht, heb ik deels een aantal weken geleden gefietst met Marijke en Thirza.

Zodra we de fietsroute verlaten wordt het zeer landelijk. Korenvelden en uitgesleten paden van karrensporen en afstromend regenwater geflankeerd door mergelgroeven en weilanden met hoogstamfruitbomen.

Nabij een maisveld gebruiken we onze lunch en hebben we de hoognodige sanitaire stop.
bemelenberg.jpg
Op weg naar Bemelen, Berg, en Terblijf gaat het omhoog. Ik voel dat ik weer overdreven heb met het inpakken van mijn rugzak. Bovendien ben ik drie jaar ouder en is mijn conditie na al die operaties er niet op vooruit gegaan. Het peleton moet ik dan ook laten gaan.

Solidaer zijn ze echter wel, niemand hoeft een vet salaris te verdienen en er wordt ook besloten in de toekomst in mijn berghut alle mee te nemen bagage beter op elkaar af te stellen. Scheelt al gauw 10 kilo gewicht.

Via de Geul bereiken we de voorportalen van Valkenburg, blij toe. We drinken een lux aantal
40 cl. Brandbier, bij een hotel. Hoe we dit weten? De afrekening.

Nog 500 meter naar onze overnachting.

De ontvangst is iets wat onhandig, maar het ijs breekt. De organisators Jeanne-Louis en Harm hebben voor Ger en mij een eenspersoonskamer geboekt. Zeer attent.

Eerst allen een uur uitronken en daarna naar het centrum van Valkenburg voor het diner.

Gezellig getafeld op een buitenterras met een driegangen menu naar keuze, in het pension nog een afzakkertje en omstreeks 22.30 uur naar bed.

Echter om 0.3.00 begint mijn maag te spoken. Van de maagpijn kan ik niet meer blijven liggen, mijn hele lijf speelt op heb koorts en braakneigingen. Tot 8.00 uur loop ik gebroken door mijn kamer en hoor een snurkende Ger aan de andere kant. Wat ben ik jalours.

Tijdens het ontbijt ben ik gebroken. Al mijn energie is op en ik voel me zo ziek als eens hond. Ik besef dat ik de tocht van vandaag niet kan lopen. De oorzaak? Vermoedelijk een voedselvergiftiging.
Ik besluit terug naar bed te gaan om later op de dag met de trein naar het eindpunt in Sittard te reizen.

Op weg met de trein naar Sittard zoek ik tijdens de tussenstop in Maastricht eerst een apotheek voor medicijnen, echter de werking is minimaal.
Gebroken kom ik in Sittard aan bij de tapasbar op de markt, waar mijn medewandelaars al gearriveerd zijn. Eetlust heb ik niet.

We spreken af het verloop van de nacht nog af te wachten, maar ik ben van mening zoals het nu voelt zij morgen de tocht zonder mij moeten vervolgen. Er is enig tegengestrubbel, immers de kookclub is solidair, maar uiteindelijk gaat een ieder accoord.

Dit is toch anders dan samen koken of een huttentocht.

Om 20.30 uur lig ik in bed. De situatie verbetert niet, ik heb koorst en barst van de hoofdpijn. Pas als ik een paracetemol ingenomen heb in de ochtend zakt de pijn. Lopen vind ik niet meer verantwoord.

Samen heerlijk ontbeten en de stoelgang begint bij mij weer het dagelijks ritme te vinden. De uitspraak van Toon Hermans: Wat moet je met al je miljoenen Piet, als je plassen of poepen moet en je kan het niet. Een waarheid als een koe, en die kwamen we nogal tegen.

Bij de markt te Sittard scheiden onze wegen. Zij verder, en ik met de trein naar huis. Een goed besluit, maar wel genomen met pijn in mijn hart. Het voelt frustrerend.

Echter niet alles laat zich vanzelf bepalen en op een gedenksteen onderweg zit ik nog niet te wachten.

Stel je voor. Een gedenksteen met ,” Hier stierf onze kookvriend Jo Pinxt, vriend voor het leven in zijn eigen roots”

Ik hoor jullie verhalen liever achteraf en zal de misgelopen routes zonder rugzak met bewijs nog inhalen.

rivier-varanasi.jpg

Vandaag las ik het reisverslag in het Eindhovensdagblad door Liza van Sambeek over India.

Al lezend komen alle beelden weer terug. Samen met mijn zoon Doeko bezocht ik in de periode 24 mei – 5 juni 2001 de staat Bihar.

Van mijn zoon weet ik dat Bihar de armste deelstaat van India is, daar hij daar zijn jaarstage heeft doorgebracht.

Na een trektocht samen door het Annapura gebergte in Nepal vlogen we vanuit Kathmandu naar Varanasi.

De verzengende hitte bij het verlaten van het vliegtuig omsloot mij als een benauwende deken. In Nepal, hadden we zon, kouw, sneeuw en tropische regenbuien.

Liza beschrijft haar aankomst in India zodra zij de sluis van het vliegtuig inloopt als volgt.

De warmte vermengt zich met de altijd aanwezige geur van ontsmettingsmiddelen en een zoetige, ondefinineerbare geur.

Ook ik beleef dit terug in mijn geuren.

Mijn lijf regent door natuurlijke regulatie vanaf het eerste moment van top tot teen.

Gezeten in een motor risksja worden we met wild-west taferelen naar Varanasi vervoerd. Tijdens het vervoer wordt er te pas en onpas gestopt bij mede gemotoriseerde risksja chauffeurs en worden er zaken gedaan.

De jongelui hebben een betaalbaar logeeradres voor ons.

Mijn zoon negeert hem. Immers hij weet al een slaapplaats en heeft bovendien door hoe handel in deze omgeving in zijn werk gaat.

De druk wordt opgevoerd. De afgesproken prijs is niet meer toereikend en hij kan ons ook niet tot op de plaats van bestemming brengen.

Gespannen met de rugzak op mijn knie en nog meer zweet wacht ik af. Mijn zoon die de taal deels spreekt negeert hem nog meer.

Uiteindelijk stranden wij voor de markt van Varanasi en vervolgen lopend onze weg.

Naast de meest uiteelopende geuren tussen zandbergjes van kleurrijke kruiden en daarnaast de geur van afstervende vissen, geiten en kippen omzoomd door talloze vliegen zijn we als blanken een bezienswaardigheid.

Doeko door zijn lengte en lang golvend donker haar en ik door mijn kleinheid maar allebei blank.

Wel word ik als 54 jarige man met zilvergrijs haar met respect benaderd. Ze zien me als een klein groot wijs man. Natuurlijk laat ik mij dit aan leunen, want ik besef terdege hoe snel dit thuis bij mijn dochters weer over is.

In een mum van tijd hebben we uitgestoken handen om ons heenstaan voor een gift, en mijn zoon maar zeggen. Negeren Pap en doorlopen.

Volgzaam als ik ben ga ik mee, maar als ik de komende weken zoveel moet negeren wordt het toch wel erg zwaar concludeer ik.

Ons logeer adres is een smoezelig kamertje met tralies voor het raam. Immers in Varanasi zitten overal loslopende apen op de daken, de beesten worden als heilig beschouwd maar jatten als raven. apen-varanasi-1.jpg

De gemeenschappelijk douche met een miezerig lauw straalje zit elders in de gang en dit geldt ook voor het toilet.

Toilet is een groot woord. Al hurkend doe je de behoefte.

Voor je een kraantje met een klein emmertje. W.C. papier kent men niet.

Met je rechterhand vul je het emmertje met water en met je onreine linkerhand was je met water je billen schoon.

Echter na de stoelgang komt er geen water uit de kraan. Breedsporig loop ik met mijn melaatse linker bruine hand hierna voorzichtig naar onze kamer.
Ja het is lachen geblazen voor mijn zoon.

Varanasi is zoals Liza beschrijft een heilige plaats. Aan de heilige rivier de Ganges heb ik een aantal middagen en avonden doorgebracht.

Het is onvoorstelbaar wat zich aan deze open riool afspeelt.Trouw partijen met kruipende moeders vooraf gaand aan het bruidspaar. De man met kroon op het hoofd, de bruid gesluierd. Muziekanten die de gang naar de rivier begeleiden voordat de onderdompeling begint.
varanasi-onderdompeling.jpg
Iets verderop schijtende heilige koeien in de rivier met daarnaast zwemmende kinderen en pelgrims die zich in de rivier onderdompelen ter reiniging, terwijl de aanwonende hun was staan uit te slaan aan de bedding op stenen.

Twee honderd meter links ligt het open crematorium. Bootjes varen af en aan om hout voor de verbranding aan te voeren.Tientallen kub hout ligt hoog opgestapeld. Filmen mag ik niet, tenzij tegen betaling.lijkverbranding-varanasi.jpg

Als reden wordt aangevoerd dat de overleden persoon dan op film blijft voortleven en hierdoor zijn reincarnatie mis loopt. De betaling ontgaat mij dan ook.

Het klinkt gek maar de hele middag is het een facinerend schouwspel. In optocht met muziek brengen de mannen de doden omwikkeld op een soort veldbedje naar de verbrandingsplaats.

Eerst wordt het lijk ondergedompeld in de Ganges. Nadien op de symetrische houtstapel gelegd en worden er kruiden over uitgestrooid. Hierna wordt het vuur ontstoken.

Druk pratend en rokend staan de mannen naast het vuur. Zij snuiven de geur op van verbrand vlees die ook mijn neus tweehonderd meter verderop bereiken.

Koeien en honden snuffelen tussen de gedoofde asresten en nemen tot zich wat nog eetbaar is.

Na drie uur wordt de as verzameld met soms nog resterende lichaamsdelen en uitgestrooid in de Ganges.
zonsopgang-varanasi2.jpg
De volgende ochtend om vijf uur maken Doeko en ik in een roeibootje met een schipper een tocht over de Ganges om de zonsopgang te bewonderen. Een prachtig schouwspel.

Overal op de rivier drijven een soort brandende waterlelies van waxinnelichtjes. Het is echt een meditatief moment.

Als de schipper echter zijn roeispanen neer legt en met zijn handen water uit de rivier tot zich neemt, denken wij aan zelfmoord.

Niet waar, deze rivier is heilig, de visser brengt ons gezond en wel weer terug ondanks drijvende resten van ledematen.

Mijn verhaal is hiermee niet ten einde. Immers voetreflex massage geven als eerste westerling op de trappen aan de Ganges was heel bijzonder, maar daarover de volgende keer meer.

Archief