You are currently browsing the category archive for the ‘jeugdsentimenten’ category.

krammen

Zeven was ik toen ik in het tankeldraad (prikkeldraad) bij boer Vranken de bal uit de wei wilde halen en bleef hangen.

55 jaar later herinnert het lidteken als tato op mijn linker bovenbeen nog steeds aan de vier krammen die door de huisarts gezet werden.

Met een tato heb ik dan ook niets. Immers die krammen brachten na een pak slaag thuis en een half uur fietsend gezeten achter mijn vader door  dokter Raaymakers met prik jodium zonder verdoving het vel weer bij elkaar.

Janken deed ik van de pijn, maar eigen schuld is dikke bult zegt de dokter en na 3 weken als ik er ze uit haal zul je het weer voelen.

Hoe teer wordt er  op heden na verdoving met naald en draad geweven. Bovendien groeien de draadjes er spontaan uit.

Beleren doet echter de tegenwoordige huisarts niet meer. Deze begeleidt het proces van handelen stap voor stap bij kind en ouders.

Wat beter is laat ik in het midden, maar mijn tato heeft mij al 55 jaar doen afschrikken van prikkeldraad.

Advertenties

m-brigade Drie dagen glazen melk per dag. Dit is het gezondheidsadvies dat de Nederlandse jeugd mee krijgt in de jaren ’50.

In Plus Magazine-postzegelserie van juli- augustus 2008: “schoolmelk” schreef Jose Mast een verkort artikel over mijn ervaring.

Maar liefst 700.000 kinderen drinken thuis of op school melk en kunnen sparen voor het brevet M- brigadier. Bovendien kun je door een goede daad te verrrichten een M -trui verdienen en een cadeau krijgen.

Al voetballend met een graspol hollen Ad, Michel en ik  die middag de heuvel af op weg naar de grote school in Neerbeek.

Een leren bal is financieel binnen ons gezin van tien een doel te ver. (1959)

Ons broertje Tonny van 5 huppelt achter ons, midden op de weg.

Auto verkeer is er nauwelijks.

Plotseling komt er solex met een wapperende toog de heuvel af scheuren.

Tonny weet hij net te ontwijken, maar de pater maakt wel een schuiver en belandt met zijn voorhoofd in het grit en de  teer van het net geasfalteerd wegdek.

Broer Michel krijgt de opdracht Tonny naar school te brengen en de meester en de huisarts te waarschuwen.

Ad en ik rollen de bewusteloze pater in de berm met gras. Zijn bebloed voorhoofd lijkt wel een doornenkroon.

In afwachting van de huisarts peuteren wij met Limburgse klei aan onze vingers de steentjes uit zijn voorhoofd.

Over de schuldvraag zijn wij het tegen de niets zeggende pater snel eens.

Onze ogen keken naar voren, Tonny zat achter ons en keek ook naar voren,en die pater keek ook naar voren maar ook naar links en rechts.  Bovendien reed  hij veel te snel de berg af.

Ons verhaal voor thuis en school klopt als een bus.

Na een half uur arriveert de huisarts in zijn VW Kevertje. Hij constateert een zware hersenschudding.

De beschadigde solex wordt drie weken gestald naast de varkens in onze schuur.

Drie weken later brengen Ad en ik  in aanwezigheid van onze oudste broer een bezoek aan de pater in het klooster nabij Maastricht.

Hij bedankt ons uitvoerig en noemt ons helden. Ad krijgt een boek over Arendsoog en Witte Veder. Ik de kleine atlas van de bijbel.

Wat ben ik jalours op mijn broer, maar die pater wist dat ik naar het seminarie zou gaan.

Wij wagen het te vragen of  hij een brief wil schrijven naar de M-brigade.

Zo krijgen Ad en ik de donkerblauw trui met Witte M omzoomd door oranje sterretjes. Daarnaast het M-brevet,ondertekend door zwemster Ada Kok en scheidsrechter Leo Horn.

En voor het hele gezin onze eerste pickup. Een ongekende luxe.

Moeder Moeke draait alsmaar. Wie ihg nog een jeungske waor van een joar of zes, Sjeun war die jugend site, Tiribomba en Kesera van Doris Day.

Inmiddels begrijp ik het , jeugd gevoelens in muziek waren in die tijd sporadisch te beluisteren.

strondboer-boerderij-spaans.jpg

 

Dit verhaal is van mijn broer Ad wonend in Australië en de auteur van deze jeugdbiografie.

Ieder jaar omstreeks september nam vader van zijn werk het Stikstof Bindings Bedrijf , (SBB) te Geleen grote papieren zakken mee naar huis voor het rapen van valappels.

Het rapen in de wei met hoogstamfruitbomen bij broer en zus Willemke en Tilleke van Per Willems ging in ruil daar vader de boomzagen van Willemke ieder jaar deed slijpen.

Willemke entilleke-van-per-willems-spaans.jpg Tilleke waren een zonderling stel, een beetje mensenschuw en als bijnaam hadden zij “De Strondboer” .

Willemke, Tilleke, hun boerderij,  het vee, en hun boomgaard zagen er vervallen uit, maar het geheel oogde daardoor toch harmonisch.

De bijnaam “strondboer”  hadden zij  te danken aan de achterwerken van hun koeien die behangen waren met eigen uitwerpsels.

Maar terug naar de appelstroop. foto-blikken-rood-goud.jpg

Appels plukken was er bij Willemke niet bij. Voor ons gezin van twaalf betekende die ruil een jaar lang ingewekte appelmoes en appelstroop.

Met de geleende handmelkkar werd de oogst vergezeld met een grote bruine Keulse pot lopend naar de stroop fabriek Zelis in de Pietersstraat te Oud – Geleen vervoerd.

Nadat deze fabriek ter zielen ging, brachten we de soms doordrenkte zakken met vruchtsap en verdere inhoud naar Canisius te Schinnen.

Na een week kon vader het bruine goud tegen stookkosten daar ophalen en op zolder opslaan.

Jean Canisius was fruithandelaar, het inblikken van stroop begon hij in 1903. Dit boerengebruik uit het Limburgs landschap dankt heel Nederland aan hem.

Daarnaast wordt, zeker in Zuid – Limburg, tot op de dag van vandaag menige boterham belegd met kaas afgezoet met deze lekkernij.

Ook na het verdwijnen van het zwarte goud, weet dit bruine goud zich samen met het witte tot op de dag van vandaag te handhaven. 

Ons moeder, kok bij rechter Jaspar te Maastricht in 1935 bereidde er het kerstkonijn mee. En wat te denken aan het beroemde zuurvlees dat tijdens menige communietafel het hoofdgerecht was.

Wekelijks moest een van ons kinderen met houten pollepel het lege blik met de opdruk van Canisius weer vullen. Het was een stroperige gebeurtenis, maar het aflikken van die pollepel was zalig.

Mijn broer Ad die de ambachtsschool te Hoensbroek bezocht, fietste dagelijks langs de Canisiusfabruik. Hij snoof dan de zoete geuren van het stookproces op.

Zelf  ben ik woonachtig te Geldrop en neem dagelijks de zoete bakgeuren van de Pijnenburg peperkoekenfabriek via mijn zintuigen op.

Appelstroop en peperkoek hebben in combinatie met vleesgerechten altijd iets met elkaar gehad. Zowel bij konijn als zuurvlees smelten ze samen.

Broer Ad woont sinds 1965 in Australië.

Nog iedere ochtend eet hij een boterham met kaas afgeroomd met Canisiusstroop uit Schinnen te Holland, en denkt met weemoed terug aan zijn jeugd in Zuid – Limburg.

Ja, Canisiusstroop verzacht heimwee.

 

       

Geschonden Eend

Op zondag 4 juni 2006 geschreven door Jo Pinxt als gastschrijver van jeugdsentimenten

geschondeneend.jpgGekocht van een hoofdmeester uit Beltrum voor negenhonderd gulden. Het beestje was in 1970 al twaalf jaar oud. Al die jaren had zij iedere nacht opgehokt door gebracht in zijn naast gelegen ruimte. Vanaf vandaag ging zij echter de vrije natuur in en behoorde een binnenplek tot het verleden. Haar kleur is niet moeders mooiste, maar haar veren zien er onberispelijk uit.Trots tour ik met haar die dag met opgerold dakje genietend van het zonnetje door het Achterhoekse landschap. Omdat een eend haar vleugels behoort uit te slaan besluit ik de volgende dag haar aan mijn familie in Zuid – Limburg voor te stellen. Al pruttelend tussen de Limburgse heuvels, zie ik plotseling het dak boven mijn hoofd verdwijnen. Mijn familie reageert laconiek. Niels Holckinson heeft het vast wel koud gehad?

De week hierna vertrek ik met haar met een tweedehands pruikje op richting Twente. Echter het zijvleugeltje dat fungeert als deurtje dat van voor naar achter opengaat is niet geheel gesloten. Al rijdend neem ik mij voor dit even dicht te klappen. Ik hoor een harde klap, zie geen de deurtje meer maar een open ruimte. Haar verenpak is aan de achterzijde behoorlijk gehavend, en het deurtje ligt enkele honderden meters verder pijnlijk in een sloot. Twee maanden moet ik werken om de consulten van de garage dokter te vereffenen.

In mei besluit ik samen met mijn vriend haar vanaf Haarlem Parijs te laten zien. Op de Schipholweg wordt zij echter door een veel snellere vogel die moet uitwijken in haar rechter achter flank geraakt. Inmiddels doorspekt van wat het kost, eis ik 150 gulden voor het aangebracht vogelleed. Met een hamertje voer ik te plekke de noodoperatie uit en hebben wij in Parijs 150 gulden extra zakgeld te besteden.

Het eendje kent net als wij Parijs niet. Als weerloos vogeltje in een rij op de straat krijgt zij in het drukke Parijs met regelmaat en duw naar voren en naar achteren. Zowel haar neusje als haar kontje hebben er onder te lijden. Toch is zij een doorzetter.
Hele bankstellen verhuist zij met mij hoog boven haar rugvleugels uit nadien, van de ene studenten kamer naar de ander.
Ook huurvluchten behoren tot haar mogelijkheid. Voor tien cent per kilometer mogen mede studenten haar een weekend gebruiken zodat ik weer het nodige voer voor haar kan kopen.

En dan komt het moment van afscheid. Omdat zij Zuid – Limburg al eenmaal ervaren heeft besluit een zus van mij haar voor 150 gulden te adopteren. Aangekomen bij de grens in s’ Heerensberg wordt zij op vogelgriep gecontroleerd. De remvleugels, claxongekwetter, en haar knipogen zijn zo ziek dat geen van allen het doet. Voor deze verwaarlozing krijg ik een boete van 50 gulden.
Uiteindelijk mogen wij richting grenspaal. Echter op nog geen meter afstand weigert zij verder te vliegen. Haar kruisvleugels zijn gebroken.

Na een langdurige herstelperiode die mij bakken geld kost, breng ik haar uiteindelijk naar het beloofde land. Daar heeft zij nog vijf jaar over de Zuid – Limburgse heuvels gevlogen. Mij wilde zij niet meer kennen immers ik had haar afgestaan verwaarloosd en voor een prikje verkocht.

Loesje

Op zondag 7 mei 2006 geschreven door Jo Pinxt als gastschrijver van jeugdsentimenten

Wie kent haar niet? Geboren in Arnhem 1983. Een initiatief van studenten. Overal in het land kom je haar via posters, kaarten en agenda’s tegen. Nee geen commerciële organisatie. Idealisme is de gedrevenheid.

Ook internationaal is Loesje actief binnen Europa, zo zit hun hoofdkantoor in Berlijn. Indirect ben ik als vader al dertien jaar bij deze organisatie betrokken. Jarenlang werd wekelijks het voorraam van ons huis opnieuw behangen met een nieuwe Loesjes tekst.
Of mijn buren en ik daar altijd blij mee waren weet ik niet, immers de teksten zijn vriendelijk, kritisch maar ook confronterend. Echter mijn zoon waar ik de voornaam niet van mag benoemen conform hun spelregels was al vanaf zijn veertiende fervent lid van de club in Eindhoven. Menigmaal werd hij voor illegaal plakken opgepakt. Echter telkens moest de gemeente Eindhoven bij de rechter het onderspit delven wegens gebrek aan openbare plakruimtes.

Een tijdje heeft Loesje internationaal het hoofdkantoor in Zweden gehad, mijn zoon liep er toen stage. Eenmaal heb ik hem daar bezocht. Ook Amerika heeft hij getracht te veroveren in zes weken tijd, maar waarschijnlijk had hij zich vergist in de grootte van het land. Momenteel stuurt hij samen met zijn vriendin en andere vrijwilligers het hoofkantoor in Berlijn aan, en gaat hun aandacht uit op het bevorderen van de democratie in Oost- Europa. Echter het principe blijft hetzelfde vreedzaam. En Loesje? Die blijft gewoon Loesje heten met dezelfde handtekening in ieder land waar je ook komt. Trots ben ik op al die Loesjes mensen in Europa. Wil je meer informatie kijk dan op www.loesje.nl Heb jij vroeger wel eens posters geplakt van Loesje?

De drogist

Op donderdag 27 april 2006 geschreven door Jo Pinxt als gastschrijver van jeugdsentimentenIn de jaren 50 was de drogist nog een echte specialist. Dat kon je al zien aan de Gaper die boven zijn voordeur hing. Ik vergaapte mij dan ook regelmatig aan al dat lekkers dat in de etalage lag.

Binnen lag lekkers, spullen voor de was en het tegenwoordige Sorbomateriaal van elkaar gescheiden. Helemaal boven op een rek stonden rechts grote donker bruine potten met allerlei soorten gifdrank als amoniak, zoutzuur, terpetine, spiritus en bleekmiddel. Daaronder in kleinere bruine potten de kruiden als laurierblaadjes, nootmuskaatbollen, jeneverbessen, peperkorrels en laurierdrop staafjes.

Alles werd hermetisch afgesloten door een glazen geslepen stolp. Op de toonbank lagen de meest gangbare producten voor ons als kind. Salmiakzakjes: 5 cent, suikerpapiervelletjes: 1 cent, zoethout: 2 cent, pottertjes bolletjes drop: 25 cent, ronde blikjes met kleine ruitvormige drop voor 25 cent, bazooka kauwgomblokjes voor 5 cent. Buiten aan de muur hing ook een rode kauwgomballen automaat.
Als je er een kwartje in deed kon je via een knop draaien en kreeg je 5 toverballen kauwgoms. Maar terug de winkel in. De drogist en zijn vrouw waren verkleed als dokter, allebei in het wit. Rechts van de toonbank kon je de bezemstelen vinden met daarnaast de bezems, zachte en harde, deze laatste waren van gedroogde hei. Je ziet straatvegers hier af en toe nog mee. Vim, natuurspons- en zeem hoorde daar ook bij, net als soda in brokken en groene zeep.
Ja het bakje bij ons thuis met zand, zeep en soda was toen nog geen verzamelobject. Aan de zijkant stonden de spullen voor de was. Stijfsel voor de boorden van de overhemden en de witte schorten. Blauwsel om de witte was kraakhelder te krijgen en natuurlijk de houten wasknijpers. Hiernaast de spullen voor de weck. Inmaakglazen, weckringen, thermostaat en de grote weckpot voor op het vuur. Ook keulse potten voor de inmaak van zuurkool waren voorradig.
De vrijetijdsspullen en dat waren er niet veel als vliegerpapierrolletjes, vliegertouw en kleurpotloden vond je er naast. Of de drogist toen ook al iets tegen hoofdpijn verkocht? Voor zover ik weet van niet, dit kwam pas toen wij ons voorbij gingen hollen.

Hoorspelen

Op maandag 3 april 2006 geschreven door Jo Pinxt als gastschrijver van jeugdsentimenten

hoorspelen.jpgIk weet niet of ze nog bestaan. Op zondagavond in september 1954 werd op de het detective Paul en het Lawrence mysterie uitgezonden van .

Als ik samen met mijn twee jongere broers naar bed ging, en zij nadien sliepen, kwam moeder mij conform afspraak stilletjes roepen om te luisteren. Gezeten in mijn rood- witgestreepte flanellen pyama zat ik met rode oortjes gekluisterd tegen de knarsende en soms fluitende Phillips radio. De inhoud van het stuk ken ik niet meer. Wel de bijbehorende achtergrond geluiden. Het lopen over een kiezelpad vond plaats in een grindbak gevuld met kiezels. En jawel, het klonk als het kiezelpad naast ons huis. De gierende wind werd veroorzaakt door een houtendraaitrommel van latten. Deze was bespannen met met bruin scheepslinnen en schuurde langs een bovenhout. Afhankelijk van de snelheid van draaien, nam de windkracht toe of af. Samen met de wind in onze schoorsteen werd het een echte herfststorm. werd gemaakt door een dun gewalste aluminiumplaat aan beide kopse kanten heen en weer te schudden. En warempel de bliksem sloeg in, in de radio. Gelukkig hadden wij gezegende palmtakjes om ons daar tegen te beschermen. Paardengetrappel werd veroorzaakt door twee half lege cocosnoten. Een Belgische knol werd nageboost door de delen met de hand rustig om en om op een houten tafel te ploffen. Bij renpaarden moest deze beging aanmerkelijk sneller.

Alleen de zon kon men niet na bootsen. Daarvoor moest ik de volgende ochtend naar buiten. Tijdens de vastentijd waren op woensdagavond de vastenpreken. Ook dit waren een soort hoorspelen. Achtergrondgeluiden waren bij die preken niet nodig. De sprekende pater uit had van zich zelf al genoeg volume tussen goed en kwaad. Na afloop ging ik telkens diep onder de indruk proberen te slapen. Maar meestal lag ik eerst een half uur mijn zonden te overdenken al naar gelang wat ik die dag uitgevreten had.

Beide type hoorspelen hebben de basis gelegd voor mijn latere . Echter het was ook de basis voor mijn scheiding met de Rooms Katholiekenkerk. Ja, ik geniet nu eenmaal liever van een blijspel.

De Lompenboer

Op dinsdag 21 maart 2006 geschreven door Jo Pinxt als gastschrijver van jeugdsentimentenIn het museum van Jopie Huisman komt hij voor mij weer helemaal tot leven, de lompenboer. Al schreeuwend “lommelen, konijnenvellen” duwde hij zijn kar voor zich uit.

De kleding werd gewogen door middel van een messing ulster met haak. Per ons stond daar een prijs op. Voor de gedroogde konijnenvellen gevuld met stro werd afhankelijk van de grootte een prijs bepaald.

Een Vlaamse reus bracht uiteraard veel meer op. Bovendien kon je die als vloerkleed voor je bed leggen. De kleinere exemplaren werden verwerkt tot randafwerking van een mantel voor kraag of mouwen. Gebruikelijk was dat de man koffie bleef drinken. Ondertussen inspecteerde hij ook het erf op alles wat los en vast zat. Meestal vertrok hij nadien met het nodige oud-ijzer.

Een handelsman. Als hij ging riep hij: “zo nu zijn jullie mooi van die oude troep af “. Wegen deed hij het ijzer niet. De winst was duidelijk. Gratis koffie en ijzer hetgeen veel meer opbracht dan de lompen en de konijnenvellen.
Maar toch, ook mijn ouders hadden zich rijk gerekend. Heerlijk die tijd van s.

Billen poetsen

Op donderdag 9 maart 2006 geschreven door Jo Pinxt als gastschrijver van jeugdsentimenten, , Dementaal, schoonvegen moeten we allemaal…. Tijdens de eerste drie levensjaren vond ik het geen punt, immers moeder waste mijn krentje met koud en water. In mijn kleutertijd bakte ik er wat van. Gezeten onder de keukentafel plette ik het warme bruin als een chocoladewafel in mijn gebreid onderbroekje. Ook nu nog is moeders rechterhand de bevrijdende engel.

Vanaf mijn zesde hoor ik op eigenbillen te zitten en de werking daarvan te kennen. Er wordt nu gewerkt met keurig gescheurde blaadjes . Formaat 15x 10 cm. Tevens wordt mij geleerd mijn rechterhand na het afscheid met water en zeep te wassen. Dit laatste is ook wel nodig want met het glad kranten papier maak ik nogal eens een uitschuiver. Bij nood tijdens het buitenspel maak ik gebruik van natuurproducten, gras, stro, hooi en bij onoplettendheid een combinatie van gras met brandnetels. Dit laatste is een soort sambal, maar dan aan je billen.

Dan komt het jaar van de omwenteling. Krantenvelletjes worden vervangen door een schuurparpieren grijze rol op een wit-geel hangertje van .
De gebruiksinstructies zijn als volgt. Twee velletjes per persoon. Vegen, dubbelvouwen en nog een keer vegen. In totaal heb ik zo vier veegbeurten. Jaren veeg ik zo totdat zacht dubbelzijdigwit op de rol verschijnt.

De frequentie in gebruik kan nu gehalveerd worden en het contrast tussen wit, bruin, groen en rood al naar de groente van de voorgaande dag is goed te zien. Tijdens de expressionele jaren ga ik weer terug in de tijd. Wederom verschijnt er drukwerk in blauw op de witte rollen. Bloemen, kroontjes, vlindertjes.

Gecombineerd met het bruin voegt het iets toe aan deze bilpaiting. In de zeventiger jaren waren reeds naast vochtige bildoekjes voor baby’s voorhanden. In de negentiger jaren kwamen die er ook voor grote billen. Naast droog wit werd er vanaf dat moment ook nagestreken met vochtig wit. En echt, ook daar zaten nog remsporen op.

In 2002 mijn jeugdsentimenten al ver verlaten zat ik in India op een w.c. Hier kent men geen . Je veegt je billen af met je onreine linkerhand. Doet water uit het kraantje in het emmertje en wast je billen schoon. Echter het kraantje deed het niet. Voor het eerst maak ik hand en billen schoon met een echte .

Carnaval vroeger…

Link naar dit artikel Op zondag 26 februari 2006 geschreven door Jo Pinxt als gastschrijver van jeugdsentimenten.

Carnaval was in mijn Limburgse jeugd drie dagen straattheater. De verkleedspullen gemaakt door mijn moeder werden dan weer van de zolder gehaald. Niet dat de keuze qua figuranten groot was.

Cowboy, indiaan, heks, prins of prinses of oud mannetje waren de grenzen. Combinaties waren echter mogelijk. De grimeerspullen waren zeer praktisch. Een indiaan kreeg donker bruine schoenpoets op zijn gezicht en de cowboy licht bruin. Snor, baard, wenkbrauwen en bakkenbaarden werden aangebracht door middel van een zwartgeblakerde wijnkurk.

Ging het te snel dan gloeide die kurk van boven de kaars op je hoofd nog even pijnlijk na. Het indianentooi werd vervaardigd van de veren van witte slachtkippen. Het tooi werd gekleurd door de veren eerst een nacht in een kleurstof te leggen. Dit was rood bietensap, groen spinazie vocht en geel van de bloemen van OLV-bedstro. Kortom van vier kleuren was je verzekerd.
De prins en prinses kregen hun blosjes doormiddel van een rode lippenstift. Ik kan jullie verzekeren alles was waterproof want het duurde wel een week voordat wij ons karnavalsgezicht weer op orde hadden. Drie dagen speelden wij het spel tussen goed en kwaad. De cowboy won steeds van de indiaan.
Toch ben ik indiaan gebleven en rook nog steeds mijn vredespijp. De Prins en Prinses zijn inmiddels koning en koningin in hun eigen huis, en oud mannetje dat ben ik door de jaren heen vanzelf geworden. Echter alle figuranten dromen nog regelmatig terug naar het rollenspel van toen.

Archief